Haal het geld waar het zit!

Een begroting wordt voorgesteld als een schatting van de uitgaven en inkomsten van de regering in het komende jaar. Maar het is vooral een cijfermatige vertaling van het regeringsbeleid op economisch, financieel en sociaal vlak. In de uitgewerkte begroting staat dan ook de politieke koers van de regeringspartijen. Het maakt duidelijk welke belangen ze verdedigen. Ook in de huidige begroting is dat duidelijk. De politieke arm van de economische elite (met in het verlengde evenveel vingers als er gevestigde partijen zijn) heeft een begroting bekomen waarmee het geld bij de gewone werkenden en hun gezinnen wordt gezocht.

Artikel door Stéphane Delcros uit de december/januari-editie van ‘De Linkse Socialist’

Hoe zou een begroting van de politieke arm van de arbeiders en jongeren er uit zien? Velen denken dat economie en politiek te ingewikkeld zijn om over te laten aan wie geen expert is. Dat argument dient echter vooral om te verdoezelen dat de zogenaamde experts de belangen van een kleine minderheid in de samenleving verdedigen: de 1% rijksten zoals ze genoemd worden, in werkelijkheid gaat het eerder om de 0,01% rijksten.

Maar wie is beter geplaatst dan de bevolking zelf, de werkenden die aan de basis van de productie liggen, om een inschatting te maken van hoe de middelen en diensten kunnen ingezet worden? Vertegenwoordigers van de arbeidersbeweging en de jongeren kunnen een begroting opmaken die gericht is op de behoeften van de volledige gemeenschap. Zo’n begroting zou niet vertrekken van de winsthonger van een kleine minderheid die al jarenlang de zakken heeft kunnen vullen.

De begroting van de regering Di Rupo is niet anders dan die van de voorgaande pro-kapitalistische regeringen. Er is een gebrek aan investeringen in infrastructuur, een verdere afbouw van de openbare diensten en een herverdeling van de rijkdom onder diegenen die reeds het grootste deel van de rijkdom bezitten. In naam van de competitiviteit van onze economie worden tienduizenden jobs geschrapt, worden lonen ingeruild voor een hogere werkdruk, wordt de kwaliteit van ‘diensten’ opgeofferd aan de winsthonger. Soms wordt de Belgische overheid voorgesteld als de NV België, waarbij het land wordt herleid tot een economische eenheid die er op gericht is om de aandeelhouders winsten aan te bieden. Alleen zijn wij niet de aandeelhouders.

Een begroting die de belangen van de meerderheid van de bevolking centraal stelt, zou het geld halen waar het zit. En dat is niet bij ons. Maar er zijn wel middelen. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen schatte fiscale fraude op 4% van het BBP of 13,6 miljard euro. Professor Pacolet van de KU Leuven denkt dat het eerder 10% van het BBP is of 34 miljard euro per jaar. Het gemiddelde jaarsalaris van een CEO van een Bel-20 bedrijf bedroeg in 2011 maar liefst 2,015 miljoen euro. Albert Frère is op zijn eentje goed voor een geschat vermogen van 3,6 miljard dollar. De niet-financiële bedrijven keerden van de winsten van 2011 driekwart van de winsten uit aan de aandeelhouders. De 843 bedrijven die in 2010 meer dan 10 miljoen euro winst (voor belasting) boekten, betaalden gemiddeld slechts 5,7% belastingen.

We mogen ons niet beperken tot een herverdeling van de kruimels die van de tafel van de rijken vallen. De gemeenschap moet de controle krijgen over de geproduceerde rijkdom om te voorzien in de nodige infrastructuur en om de nodige diensten uit te bouwen naargelang de behoeften van de meerderheid van de bevolking. Dat omvat betaalbare huisvesting, gratis en degelijk onderwijs toegankelijk voor iedereen, een uitgebreid netwerk van openbaar vervoer, investeringen in gezondheidszorg, goedkope toegang tot water, energie,… De nieuwe technologie zou ingezet kunnen worden om ons milieu en onze levenskwaliteit te verbeteren in plaats van de rangen van de werklozen aan te dikken.

Om tot verandering te komen, moeten we een krachtsverhouding uitbouwen. Een onderdeel daarvan is het opbouwen van een eigen politieke arm van de arbeidersbeweging.