Historische actiedag: mobilisaties in meer dan 20 landen

Historische actiedag: mobilisaties in meer dan 20 landen

Op 14 november was er een Europese actiedag tegen het besparingsbeleid. De oproep kwam van het Europees Vakverbond (EVV). Deze actiedag gaf een eerste glimp van de enorme kracht van de arbeidersbeweging. Miljoenen arbeiders gingen in staking of betoogden op dezelfde dag. Er waren acties in een twintigtal landen. Hoe kunnen we nu vooruitgaan?

Nicolas Croes

Deze actiedag was veruit de belangrijkste die ooit werd georganiseerd door het EVV. Er waren eerdere actiedagen zoals op 29 september 2010 toen er in Brussel een Europese betoging met 100.000 deelnemers plaatsvond. Op hetzelfde ogenblik was er enkel in Spanje een algemene staking. Op dat ogenblik stelden we met het CWI, de internationale organisatie waartoe LSP behoort, al dat een Europese algemene 24-urenstaking de volgende stap moest zijn in de opbouw van een krachtsverhouding tegen het besparingsbeleid.

Het pamflet dat we toen met het CWI in verschillende talen op de betoging in Brussel verdeelden, stelde onder meer: “Het Europees Vakverbond (EVV) zag zich genoodzaakt om deze actiedag te houden als gevolg van de druk van onderuit. Een aantal vakbondsleiders zullen van de dag gebruik maken om wat “stoom af te laten” door middel van een eenmalige actie. (…) De stakingen en betogingen (…) moeten in het teken staan van de opbouw van een algemene 24-urenstaking in heel Europa. Dat zou het Europese kapitalisme op haar grondvesten doen daveren en het zou tevens het zelfvertrouwen en de vastberadenheid van de arbeiders en jongeren in de strijd tegen het besparingsoffensief aanscherpen.”

We hebben iedere gelegenheid aangegrepen om dat ordewoord naar voor te brengen, onder meer toen de Europese Metaalfederatie (EMF) alle arbeiders van ArcelorMittal en onderaannemers in Europa opriep om op 7 december 2011 samen te staken. We stelden in ons pamflet op de betoging van 6 december 2011 in Luik hierover dat dit een voorbeeld was “dat we moeten aangrijpen om te gaan naar de organisatie van een algemene 24-urenstaking op Europees vlak.”

Het duurde lang vooraleer er een nieuwe oproep van het EVV kwam, dat was op 29 februari 2012. Van deze oproep ging bijzonder weinig ambitie uit, er werd enkel opgeroepen om ‘symbolische acties’ te organiseren. Die beperkte oproep werd door de vakbondsleidingen in ons land aangegrepen om de beweging tegen het besparingsbeleid in eigen land te laten landen na onder meer de geslaagde algemene staking van 30 januari 2012.

Druk van de basis

De beslissing om op 14 november een gecoördineerde actie van grotere omvang te organiseren, was een uitdrukking van de groeiende druk van de basis. Die druk bleek openlijk op de dag zelf. In Spanje en Portugal nam de oproep de vorm van massale algemene 24-urenstakingen aan. De staking in Portugal was de grootste sinds de Anjerrevolutie van 1974, waarmee de dictatuur die sinds 1933 aan de macht was ten val kwam. De Spaanse vakbonden stellen dat 77% van de werkenden deelnam aan de staking, een percentage dat boven de cijfers van vorige algemene stakingen ligt. In Barcelona en in Madrid trokken een miljoen betogers de straat op, in tal van regio’s waren er de grootste betogingen die er ooit plaatsvonden.

In Italië riep de grootste vakbondsfederatie van het land, de CGIL, op tot een “algemene vierurenstaking.” In heel wat sectoren, zoals de handel, telecommunicatie, onderwijs en de publieke sector werd dubbel zo lang gestaakt. Er was ook een goede opkomst voor de betogingen. Er moet overigens opgemerkt worden dat de politie in zowel Portugal, Spanje als Italië opvallend brutaal tekeerging tegen de betogers. In Griekenland legden de werknemers in de private sector uit solidariteit gedurende drie uur het werk neer. Het land kende een week eerder een algemene 48-urenstaking. In Malta en Cyprus waren er eveneens stakingsacties. De volgende stap van de beweging zal wellicht bestaan uit een gezamenlijke algemene staking in het volledige zuiden van Europa. De geest van internationale stakingen is uit de fles.

We hebben een actieplan nodig!

Het vernietigende en aanhoudende karakter van het besparingsbeleid komt nog niet overal op een zelfde wijze tot uiting. Sommigen hopen nog op een ‘terugkeer naar het normale’. Of er wordt gehoopt dat het Griekse scenario zich zal beperken tot het zuiden van Europa. Deze hoop leidt tot verschillende vormen van druk op de vakbondsleiding in verschillende landen. Maar overal stelt zich het probleem dat de vakbondsleiders doorgaans geen alternatief hebben op de sociale afbraak en met handen en voeten aan de sociaaldemocratie gebonden zijn. Er wordt geen perspectief aangeboden om arbeiders ervan te overtuigen dat er ernstige acties zullen komen. Dat leidt ertoe dat soms niets wordt georganiseerd (zoals op 14 november in Vlaanderen het geval was) of dat er wel acties zijn, maar zonder opvolging waardoor het overkomt als acties die louter dienen om wat stoom af te laten (zoals op 14 november in Wallonië en Brussel het geval was).

We stelden in ons pamflet op 14 november: “Dat neemt de druk weg en wordt soms op zijn beurt aangegrepen als excuus voor passiviteit. Anderen kiezen dan weer de vlucht vooruit in radicaliteit, maar zonder het terrein eerst voor te bereiden. Noch passiviteit, noch avonturisme is wenselijk, maar een degelijk uitgewerkt actieplan dat een perspectief biedt op overwinning.” De geloofwaardigheid van het kapitalisme is sinds de jaren 1930 nooit zo sterk ondermijnd. Maar de zwakheid van de kapitalisten leidt niet automatisch tot een overwinning van de arbeidersbeweging. Daartoe is het nodig om ons offensief ernstig te organiseren met algemene informatievergaderingen op de werkvloer, in de scholen, aan de universiteiten en in de wijken. Daar moeten we discussiëren over een actieplan waarbij goede stakersposten worden voorbereid aan de bedrijven, industriezones en in de stedelijke centra, sterke betogingen waarmee we ook werklozen, jongeren, gepensioneerden,… kunnen bereiken; bedrijfsbezettingen,…

Hierbij zal er ook nood zijn aan een politiek verlengstuk voor de sociale strijd. Nieuwe arbeiderspartijen die breed en democratisch zijn en die zich vooral richten op de acties van de syndicale basis op straat en niet enkel in de parlementen, dat is wat nodig is. Verkiezingen en parlementaire activiteiten mogen slechts een middel zijn dat ten dienste van de massastrijd tegen het besparingsbeleid staat. Die strijd richt zich tegen het besparingsbeleid, maar zal uiteindelijk moeten opkomen voor een maatschappij waarin de mogelijkheden en de behoeften van iedereen centraal staan. Dat is wat wij onder democratisch socialisme verstaan.

  • Neen aan het besparingsbeleid! Verdediging van de openbare diensten en pensioenen! Laat de patroons hun crisis betalen!
  • Voor strijdbare en democratische vakbonden en brede strijdbare arbeiderspartijen!
  • Voor een strijdbaar actieplan dat democratisch wordt besproken aan de basis! Met zo’n actieplan kan een sterkere krachtsverhouding worden opgebouwd tegen het asociale offensief en kan het bewustzijn worden opgetrokken doorheen discussie en collectieve actie
  • Voor een actieplan naar een algemene 24-urenstaking op Europees niveau!
  • Neen aan de dictatuur van de markten! Weg met de ratingbureaus en het IMF! Stop de betaling van de publieke schulden aan de kapitalisten! Haal de rijkdom uit de handen van de speculanten en andere superrijken!
  • Neen aan massale werkloosheid! Voor de vermindering van de arbeidstijd zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen!
  • Voor een massaal programma van publieke werken om sociaal nuttige jobs te creëren en de bestaande behoeften in te vullen!
  • Neen aan het Europa van de bazen en de markten! Voor een democratisch socialistisch Europa!