Slavernij op en langs de wegen
Op en langs de wegen in ons land duiken steeds meer verhalen van extreme uitbuiting en slavenlonen op. Twee bedrijven werden veroordeeld omdat ze Oost-Europeanen aan hongerlonen in de toiletten van wegrestaurants lieten werken. Drie Roemeense truckchauffeurs dagvaarden hun Belgische baas die hen al jarenlang te weinig uitbetaalt. Het inzetten van Oost-Europese truckers aan hongerlonen leidde eerder al tot vakbondsprotest.
In de wegrestaurants in Wetteren, Drongen en Kalken was er jarenlang geen sprake van een zogenaamde ‘loonhandicap’, toch niet langs de kant van de werkgevers. Het Oost-Europese toilet- en schoonmaakpersoneel moest er zeven dagen op zeven werken aan een loon van 3 euro per uur. De Duitse firma Kronos, een onderaannemer van Carestel, zette dit personeel in maar liep tegen de lamp. Het kwam recent tot een veroordeling van Kronos en Carestel.
Dat dergelijke hongerlonen en slavenarbeid geen uitzondering zijn, blijkt uit het aanhoudende protest van truckchauffeurs die het niet nemen dat Oost-Europese collega’s aan lonen van soms amper 3 euro per uur worden ingezet. Dat is oneerlijke concurrentie die erop gericht is om alle lonen naar beneden te trekken. ‘Concurrentie’ langs onze kant betekent immers dat we met de laagste lonen moeten concurreren, het is enkel bij de topmanagers dat lonen ‘competitief’ zijn als ze hogere lonen en bonussen overtreffen.
Om de Oost-Europese truckchauffeurs in te zetten aan Oost-Europese lonen en arbeidsvoorwaarden wordt gewerkt met postbusbedrijven. Belgische bedrijven zetten een postbus in Oost-Europa op waar ze meteen hun zetel ‘vestigen’. Een constructie die louter gericht is op het betalen van lagere lonen. Het protest van de truckchauffeurs is dan ook gericht tegen deze werkgevers. Op een truckersactie verklaarde Frank Moreels van de transportbond BTB (ABVV) bijvoorbeeld: “Ik verkies solidair te zijn met de Oost-Europese chauffeur die uitgebuit wordt. Zij zijn niet onze vijand. Het zijn de malafide werkgevers die illegale constructies uitwerken, nepbedrijven opzetten, postbusfirma’s oprichten… Zij zijn de oorzaak van het uitbuiten van alle chauffeurs!”
Drie Roemeense chauffeurs treden nu met hun verhaal naar buiten. Meer nog, ze dagvaarden hun Belgische baas. De drie werkten zes dagen per week en tot 15 uur per dag. Ze moesten met de tachograaf knoeien om langer te kunnen rijden. Hiervoor kregen ze een brutoloon van 450 euro per maand en 45 euro onkosten per dag. Maar op dat loon werden tal van bijdragen ingehouden, onder meer als de chauffeurs te laat waren of als er schade was aan de vrachtwagen. Ook werd niet stipt uitbetaald. Op de vestiging van het bedrijf in Antwerpen werkten zowel Belgische als Roemeense chauffeurs.
De advocaat van de drie verklaarde in de media: “Als de Roemenen internationaal transport zouden doen tussen Slovakije en België, dan zou er niets op tegen zijn dat ze tegen de – lagere – Slovaakse lonen worden betaald.” Maar dat is niet het geval: “Ze bedienen het hinterland, maar keren altijd terug naar de Antwerpse haven, waar ze in een barak kunnen douchen, maar genoodzaakt zijn om in hun truck te overnachten.” Een van de Roemeense chauffeurs omschrijft de uitbuiting als volgt: “De Roemeense maffia kan er niets van leren.”
Het proces van de drie is het eerste van buitenlandse chauffeurs tegen de uitbuiting door middel van een postbusbedrijf dat truckchauffeurs hier tewerkstelt aan Oost-Europese lonen en arbeidsvoorwaarden. Het is een test om een einde te maken aan de verschrikkelijke loonhandicap waar deze chauffeurs onder gebukt gaan. Hetzelfde loon voor hetzelfde werk is een belangrijke eis om de solidariteit tussen alle chauffeurs te versterken zodat ze samen kunnen opkomen voor menselijke arbeidsvoorwaarden en degelijke lonen. Dat zal overigens ook de veiligheid op onze wegen ten goede komen.