Arco: het failliet van het ‘ethisch bankieren’
Het idee dat de leden van coöperatieve instellingen het beleid bepalen en hierdoor de nadruk kunnen leggen op ethische doelstellingen, is krachtig doorprikt door de Dexia-crisis. Dexia is niet zomaar een bank die onderuit schoof, het was de bank van de overheden en de christelijke arbeidersbeweging.
Artikel uit de novembereditie van ‘De Linkse Socialist’
De opsplitsing van Dexia en het waardeverlies van de aandelen van deze bank hebben verregaande gevolgen voor de groep Arco. Dat is de coöperatieve holding van de christelijke arbeidersbeweging. Naar eigen zeggen staat de groep voor het verdedigen en beheren van de financieel-economische belangen van de leden en dit “op een duurzame wijze en met grote zorg voor bedrijfseconomische, sociale, ecologische en ethische aspecten”. Arco telt zowat 800.000 vennoten en controleerde 13% van Dexia.
De groep Arco stelde dat het bij financiële operaties steeds kijkt naar “de belangen van het personeel, de klanten en de samenleving in het algemeen”. Nu de speculatiezeepbel bij Dexia tot barsten is gekomen, klinkt dit cynisch. Met Arco is de christelijke arbeidersbeweging evenzeer mee gestapt in de neoliberale logica van gokken en speculeren om op korte termijn winsten te boeken. Dat beleid werd mee uitgetekend door voorzitter Dehaene die ook in de hoek van het ACW wordt gesitueerd.
Arco komt voort uit het Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (LVCC) dat in 1935 werd opgezet. Francine Swiggers, voorzitter van het directiecomité van Arco, is tevens de nationale schatbewaarder van het ACW. Arco is een overblijfsel van de coöperaties uit de jaren 1930. De socialistische coöperatieve ‘Bank van de Arbeid’ ging in 1934 ten onder in de toenmalige financiële stormen als gevolg van de kapitalistische crisis. Het LVCC overleefde en werd Arco.
Veel ACW-leden kwamen via de bank Bacob uiteindelijk bij Dexia terecht. Binnen de christelijke arbeidersvleugel was dat een evidentie. Wie spaargeld bij Bacob had, werd al snel gevraagd om een aandeel van Arco te kopen in ruil voor een jaarlijks dividend en een aantal praktische voordelen (onder meer rechtshulp, maar ook bijvoorbeeld korting op tickets voor pakweg de Efteling). Dit aandeel werd voorgesteld als een veilige belegging, een investering in de toekomst.
Nu moest de regering met een staatswaarborg tussenkomen omdat de beleggingen van Arco toch niet zo veilig waren. Wat er ‘sociaal’ of ‘ethisch’ is aan de betrokkenheid bij de speculatie van Dexia is evenmin duidelijk. De 800.000 leden van Arco zijn bedrogen.
Er komt vanuit de ACW-hoek geen evaluatie van hoe het coöperatieve ‘ethisch bankieren’ speculatief casinobankieren werd. ACW-topman Patrick Develtere, tevens bestuurder bij Dexia, legt de verantwoordelijkheid voor de problemen bij de Amerikaanse recessie: “De bank heeft de tijd niet gekregen om de fouten uit het verleden recht te trekken. De oorzaak ligt in de Amerikaanse ziekte. Terwijl de bank de gevolgen daarvan nog aan het wegwerken was, werd ze getroffen door de Europese schuldencrisis”. Develtere is niet van plan om op te stappen als bestuurder bij Dexia: “Wij streven nog altijd naar een duurzame langetermijnrelatie met Dexia”.
Ondanks de staatsgarantie voor de leden van Arco voelen vele ACW’ers zich in de zak gezet door het beleid dat mee door hun leiding werd gesteund. Het falen van dat beleid is niet louter aan de ‘Amerikaanse ziekte’ toe te schrijven, maar aan het volledig meestappen in de neoliberale ideologie van kortetermijnwinsten door speculatie. Daar moet de leiding van de christelijke arbeidersbeweging mee breken.