Tekort aan plaatsen in rusthuizen wordt misbruikt om privé in de sector te versterken
Er moeten volgens Vlaams minister van Welzijn Vandeurzen (CD&V) de komende tien jaar 20.000 plaatsen in de rusthuizen bijkomen. Dit betekent dat er elke maand drie rusthuizen zouden moeten bijkomen. Uiteraard worden daar onvoldoende middelen voor uitgetrokken door de Vlaamse regering, waardoor de deur wordt opengezet voor een grotere inbrengt van de private sector.
Op het vlak van de private inbreng in de rusthuissector loopt Vlaanderen achterop tegenover Wallonië en zeker tegenover Brussel. In 2008 was 17% van de sector in Vlaanderen in private handen tegenover 50% in Wallonië en 73% in Brussel. Het gebrek aan voldoende publieke investeringen om de komende tekorten aan te pakken, wordt nu aangegrepen om de achterstand van de private rusthuissector in Vlaanderen weg te werken.
Minister Vandeurzen berekende dat er 20.000 extra plaatsen nodig zijn, wat neerkomt op 166 per maand tot 2021. De afgelopen 20 jaar kwamen er 20.000 plaatsen bij, nu zou dat ritme dus moeten verdubbelen. Op 1 januari 2011 waren er 67.479 bedden. Vandeurzen verklaarde dat er verschillende manieren zijn om de extra plaatsen in te vullen: “via privé-initiatieven, OCMW’s, de omschakeling van ziekenhuizen…”. Het is geen toeval dat in de eerste plaats op de private sector wordt gerekend.
Onder bejaarden valt heel wat winst te maken, zeker indien de overheid er zelf niet in slaagt om voldoende plaatsen in rusthuizen aan te bieden. In de commerciële rusthuizen liggen de prijzen doorgaans hoger en wordt bespaard op personeel en omkadering. Doorgaans zijn er voor iedere 10 personeelsleden in een OCMW-rusthuis slechts zeven in een privé-rusthuis. De private instellingen houden zich meestal een de wettelijk opgelegde minimumnormen zonder rekening te houden met wat minimaal nodig is om degelijke zorg aan te bieden.