Turkse parlementsverkiezingen. AKP van Erdogan wint, maar ook oppositie gaat vooruit

Het is een cliché: de dag na de verkiezingen beweren alle partijen dat ze gewonnen hebben. Bij de Turkse parlementsverkiezingen zijn er argumenten hiervoor: de regerende AKP haalt net geen 50% van de stemmen (+3,3%), maar door het kiesstelsel en de resultaten van de andere partijen haalt ze minder zetels. De belangrijkste oppositiepartij CHP wint 5%, de ultranationalisten verliezen minder dan verwacht en de onafhankelijken kennen een doorbraak. We publiceren een verslag door onze correspondent in Turkije.

Verslag door Dikili, lees ook zijn artikel in de aanloop naar de verkiezingen

De uitslag van de Turkse parlementsverkiezingen

Legende

  • AKP: regerende partij sinds 2002 – conservatief islamitisch
  • CHP: republikeinse partij
  • MHP: ultra-nationalistische partij
  • BGS : onafhankelijken
  • DP : democratische partij – conservatief rechts
  • SP : fundamentalistisch religieuze partij

Om deze uitslag te begrijpen, een woordje uitleg bij het Turkse kiessysteem. Om vertegenwoordigd te zijn in het parlement moet men nationaal de kiesdrempel van 10% overschrijden. Dat betekent dat alle partijen die eindigen onder de tien procent, niet vertegenwoordigd zijn in het parlement.

Maar, je kan ook in een kiesdistrict als onafhankelijke opkomen. In dat geval heb je de mogelijkheid om zonder de kiesdrempel van 10% te overschrijden, toch een vertegenwoordiging te hebben in het parlement. Deze tactiek wordt (hoofdzakelijk) gebruikt door de Koerdische BDP.

De AKP haalt dus voor de derde keer op rij een overwinning. Dit keer schommelt ze rond de vijftig procent en zal dus weer een één-partij regering kunnen vormen met een comfortabele meerderheid.

De CHP gaat fors vooruit en blijft de grootste oppositiepartij.

De MHP daalt lichtjes, maar overschrijdt gemakkelijk de 10%-drempel.

De onafhankelijken halen een fikse overwinning. Zij hebben niet overal kandidaten ingediend maar halen verschillende Koerdische provincies binnen. Daarnaast hadden zij voor andere steden een front gesloten met kleinere linkse partijen en zodoende ook extra zetels binnengehaald.

De Democratische Partij, in 1960 nog de grootste rechtse partij, verdwijnt zo goed als zeker van het politieke toneel en leidt fors verlies.

De SP – islam-fundamentalistisch – verliest ook de helft van haar stemmen.

Gepolariseerde campagne

De verkiezingscampagne was sterk gepolariseerd. Hierdoor zijn veel kiezers die voorheen op de SP en de DP hadden gestemd (niet vertegenwoordigd in het parlement omdat zij de kiesdrempel van 10 % niet haalden) overgestapt naar partijen die wel een vertegenwoordiging in het parlement hadden.

De winst van de AKP komt bijna met zekerheid van kiezers uit de DP en SP die dit keer het zekere voor het onzekere namen.

Toch is bijna met zekerheid te stellen dat de AKP ook kiezers heeft gehaald uit de ultra-nationalistische MHP. De weken voor de stemming was er immers een verharding in de toon van de AKP die op de nationalistische toer ging. Eerste minister Erdogan verklaarde zelfs dat – indien hij in 1999 in de regering had gezeten – Ocalan was opgehangen. Bovendien verklaarde hij dat er geen Koerdische kwestie meer was.

Maar daarnaast heeft de AKP ook stemmen verloren. Denizli, Adana, Zonguldak, het zijn industriële gebieden maar hoewel de AKP er de grootste blijft is er stemmenverlies, en die stemmen gaan hoofdzakelijk naar de CHP.

Opvallend is ook dat de AKP, die op veel krediet kon rekenen bij de intelligentsia van Turkije, dit keer vanuit deze hoek tegenwind kreeg. Zijn voorkeur om een presidentieel regime in te stellen (waar hij dan natuurlijk de president zou zijn) en om éénzijdig de grondwet te kunnen wijzigen, leveren hem kritiek op.

In de Koerdische gebieden verliest de AKP fors. Ze blijven er weliswaar de eerste of tweede partij maar het is duidelijk dat het nationalistische discours van Erdogan stemmen heeft gekost aan de AKP.

De winst van de CHP heeft veel te maken met het nieuwe imago van de partij. Kilicdaroglu spreekt vooral over sociaal-democratische thema’s zoals koopkracht, bestrijding van de armoede, sociale zekerheid. De partij – voorheen het symbool van de Kemalistische machtselite – stelt zich nu veel democratischer op en neemt afstand van de onvoorwaardelijke steun aan de militairen. Hierdoor heeft de CHP zeker stemmen gewonnen van de AKP en een deeltje van de DP.

Maar door af te stappen van haar nationalistische koers heeft de partij stemmen verloren aan de MHP. Een deel van de oude Kemalistische vleugel heeft zeker dit keer de kaart getrokken van de MHP.

In het Koerdische gebied blijft het resultaat van de CHP minimaal. Toch heeft de CHP voor het eerst terug campagne gevoerd in het Koerdische gebied en neemt de partij een veel gematigder standpunt in tegenover de Koerdische minderheid. Maar die draai kwam veel te laat en heeft dan ook weinig of geen stemmen opgeleverd.

De CHP had ook een aantal kandidaten op verkiesbare plaatsen gesteld tegen wie een aanklacht loopt in het Ergenekon proces. In die gebieden boekt de CHP weliswaar winst maar de vraag is of ze geen grotere winst hadden geboekt zonder deze kandidaten?

Het verlies van de MHP is kleiner dan verwacht. De partij werd geplaagd door seksschandalen en Erdogan heeft alles in het werk gesteld om de partij onder de kiesdrempel van 10% te houden. En hoewel ze zeker stemmen heeft verloren aan de AKP, heeft ze het verlies kunnen beperken door stemmen afkomstig van de nationalische CHP vleugel. Het valt op dat in gebieden waar de CHP traditioneel sterk staat, dit keer de MHP aan stemmen heeft gewonnen.

De onafhankelijken hebben het zeer goed gedaan. In de Koerdische regio’s vergroten zij hun invloed en halen daar de meeste van hun parlementairen. Er was een verkiezingsfront gevormd tussen de BDP (Koerdische partij) en een aantal radicaal-linkse kleinere partijen. Deze kwamen op als onafhankelijken maar voerden gezamenlijk campagne. Zo is in de regio Mersin Ertugrul Kurkçu verkozen, één van de monumenten uit de Turkse linkerzijde. Er rekening mee houdend dat niet overal onafhankelijke kandidaturen werden ingediend en dat men het aantal onafhankelijken beperkt moet houden (anders bestaat het risico dat je stemmenaantal wel groeit maar dat je door de verdeling over verschillende kandidaten door het stelsel d’Hondt een aantal zetels verliest) is dit de grote doorbraak voor de BDP.

Er zijn weer vele gevallen van verkiezingsfraude vastgesteld, hoofdzakelijk in Koerdische streken, waar het in vele dorpen onmogelijk was om geheim te stemmen. Waarnemers uit zowel Europa als van de onafhankelijke kandidaten kregen geen toelating om hun werk uit te voeren. In sommige gevallen waren er vooringevulde formulieren. Hopelijk worden dit keer de klachten eens ernstig onderzocht en volgen er straffen.

Hoe verder?

De AKP heeft – ondanks haar stemmenwinst – minder zetels verkregen en raakt niet aan de 330 stemmen die nodig zijn om op parlementaire manier de grondwet te wijzigen. Er zal dus moeten gepraat worden met de andere partijen. Erdogan heeft onmiddellijk na de verkiezingen beloofd om de grondwet in consensus te wijzigen.

Alle partijen zijn het er trouwens over eens dat de grondwet weg moet en er een democratischer grondwet moet komen. Maar het toekennen van democratische vrijheden zal alle tot nu bestaande problemen terug vooraan op de dagorde zetten. Zo zijn er de rechten van de werknemers (Turkije weigert nog steeds de criteria van de ILO – Internationale Arbeidsorganisatie – toe te passen en binnenkort gaan er weer een reeks processen van start tegen 120 syndicalisten). Daarnaast de rechten van de minderheden waardoor weer het probleem van de Alevieten en de Koerden op de agenda zal komen. Maar ook andere rechten zoals het recht op vereniging, persvrijheid, vrouwenrechten, zullen in dit debat aan bod komen.

Erdogan mag dan al in eigen partij zijn aanhangers op de verkiesbare plaatsen hebben gezet, door de uitslag van de verkiezingen zal het debat dit keer anders verlopen dan bij de vroegere (heel beperkte) grondwetswijziging. Er is duidelijk een onderhuids conflict binnen de AKP tussen de aanhangers van Erdogan en van president Gül, die onder andere over de kiesdrempel en het presidentiële regime gaan. Daarnaast zullen de Koerdische parlementairen van AKP dit keer eisen dat hun partij een stuk verder gaat dan voorheen.

Hoewel de Turkse economie nog altijd een grote groei kent, is er een steeds groter wordende negatieve handelsbalans. En de vraag blijft waar de AKP het geld zal halen voor haar beloofde grootse projecten, in een land waar bijna niemand belastingen betaalt en de informele economie op één derde wordt geraamd.

De ontwikkelingen in de Arabische landen waar de Turkse economie prominent aanwezig is, blijven een achilleshiel voor de globale Turkse economie. Want door de toestand daar worden er grote verliezen geleden.

Tenslotte is er de arbeidersbeweging. De enorme groei van de Turkse economie is ongelijk verdeeld. De exportgerichte economie van het centrale deel van Turkije kampt met problemen en ook de arbeidersbeweging begint een deel van de rijkdom op te eisen.

Wat de linkerzijde betreft kunnen er twee centrale vragen gesteld worden.

Enerzijds de vraag op welke manier de CHP verder zal evolueren. Net zoals binnen de AKP onderhuids een machtsstrijd woedt, geldt dit evenzeer voor de CHP waar de oude vleugel zich uitgerangeerd voelt.

Anderzijds is er de vraag wat er verder gaat gebeuren met de samenwerking tussen de BDP en radicaal-links. Tijdens de verkiezingen heeft dit alvast een dynamiek op gang gebracht die de aanzet kan vormen tot een nieuwe arbeiderspartij.

Een nieuwe fase breekt aan in de Turkse politieke arena. Maar voorlopig kan het nog alle kanten uit.