Dood Bin Laden aangegrepen voor nieuwe positionering VS-imperialisme en Pakistaans leger
De dood van Bin Laden is een goed getimede propagandazet van het VS-imperialisme dat na bijna 10 jaar van uitzichtloze oorlog in Afghanistan dringend nood had aan een ‘overwinning’. Het uitschakelen van Osama moet dienst doen als deze overwinning. Nochtans is het geen teken van sterkte. Bovendien blijven er veel vragen over de rol van het Pakistaanse leger in zowel het beschermen van Bin Laden als het mogelijk maken van de operatie waarmee hij werd geliquideerd.
Geert Cool
De militaire operatie in Abbotabad was enkel mogelijk door een samenwerking met het Pakistaanse leger. Maar als het zo lang heeft geduurd vooraleer Bin Laden werd gevonden, kwam dit ongetwijfeld ook door de opstelling van een deel van het Pakistaanse leger.
Bin Laden zat naar verluidt al enkele jaren in de stad Abbotabad, een militair bastion met zowat 30.000 inwoners. In een dergelijke kleine stad met een militaire academie en onder de bevolking tal van gepensioneerde officieren die er komen genieten van het aangename klimaat, is het niet mogelijk om jarenlang onopgemerkt te verblijven. Het is al evenmin mogelijk om als buitenlandse troepenmacht een militaire operatie van enige omvang te ondernemen zonder betrokkenheid van het Pakistaanse leger.
Er zijn eigenlijk twee belangrijke elementen in de liquidatie van Bin Laden: de gewijzigde opstelling van een deel van de Pakistaanse legerleiding en daarnaast de nieuwe politiek van het VS-imperialisme om met doelgerichte moorden de eigen positie en rol op te krikken.
De gewijzigde positie van de Pakistaanse legerleiding komt uiteraard niet uit de lucht vallen. Jarenlang werd steun verleend aan fundamentalistische strijders en terroristen omdat deze bondgenoten waren in de oorlog in Afghanistan tegen de Sovjetunie of in het destabiliseren van aartsvijand India in het door India bezette deel van Kasjmir. In dat kader was ook de Pakistaanse Taliban nuttig en werd steun verleend aan Al-Qaeda, ook al moest dit na 11 september 2001 bedekt gebeuren.
De afgelopen jaren is er onder bredere lagen van de bevolking een verzet gegroeid tegen de terreurmethoden van de Taliban en Al-Qaeda die ook in Pakistan zelf voor een angstklimaat zorgen met tal van aanslagen op willekeurige slachtoffers. Dat is wellicht een belangrijk element waarom de publieke steun voor Osama Bin Laden in vrije val was: van 40-50% in 2001 tot amper 4 à 5% tien jaar later. Dit verzet uit zich niet alleen passief, in dichter bevolkte gebieden waar Taliban-groepen tijdelijk de macht konden overnemen (zoals de Swatvallei) kwam er actief verzet. Het was dan pas dat het regime besloot op te treden tegen de Taliban en een oorlog werd gestart waarbij 2 miljoen mensen op de vlucht sloegen. Voor de legerleiding bleef de Taliban een nuttige bondgenoot om India te destabiliseren en voet aan grond te houden in Afghanistan, maar het overnemen van de controle over grote delen van Pakistan zelf was niet de bedoeling.
Als gevolg van de militaire operaties in de Swatvallei en nadien, wellicht vooral om de Amerikaanse subsidiekraan gunstig te stemmen, in Zuid-Waziristan zijn de Taliban-groepen en Al-Qaeda ongetwijfeld verzwakt. Dat heeft meegespeeld in de gewijzigde opstelling tegenover Bin Laden. Ook de regionale invloed van Al-Qaeda stond de afgelopen maanden onder druk. Waar voorheen werd beweerd dat verandering enkel kon door middel van terreur, toonden de niet-religieus geïnspireerde opstanden in Tunesië en Egypte aan dat enkel massastrijd een efficiënt wapen is in de strijd voor verandering. De kracht van deze revoluties verzwakt niet alleen de positie van het imperialisme in de regio, maar ook van andere reactionaire stromingen.
Dat er een veranderde houding van het Pakistaanse leger is, blijkt ook uit interne politieke ontwikkelingen in dat land. De weinig populaire en onstabiele regering onder leiding van de PPP (Pakistani People’s Party) van Zardari, de weduwnaar van Benazir Bhutto, is zich geleidelijk aan het omvormen tot een regering van nationale eenheid waarin de meeste oppositiepartijen ook worden opgenomen. Enkel de partij van Nawaz Sharif wordt van dat proces uitgesloten. Het sectair etnisch en religieus geweld in Karachi wil de regering stoppen door ook de regionale partij MQM terug in de regering op te nemen. Zardari vroeg Shujaat van de PML-Q om ook met de fundamentalisten van JUI-F te spreken over een mogelijke toetreding tot de regering, maar dat heeft zich vooralsnog niet gerealiseerd.
De belangrijkste ontwikkeling is ongetwijfeld de beslissing om de regering uit te breiden met 13 ministers van de PML-Q (Pakistan Muslim League). Dat is de partij van de voormalige militaire dictator Musharraf en is historisch gezien steeds de partij van de militaire dictators geweest. Dat gaat al terug tot Zia Ul-Haq in de jaren 1980. Als ‘toevallig’ de dag nadat Bin Laden is vermoord, de overgrote meerderheid van de PML-Q van de oppositiebanken naar de meerderheid verhuist, dan is er iets aan de hand. In de praktijk is het leger via de PML-Q terug op de voorgrond aan het treden, maar dan wel op ‘democratische’ wijze.
De liquidatie van Bin Laden door een Amerikaanse elite-eenheid wijst ook op een nieuwe tactiek van het VS-imperialisme. De afgelopen tien jaar is gebleken dat de tactiek om de oorlog op de grond te voeren, niet bepaald succesvol is geweest. Het is een geldverslindende oorlog waarbij geen vooruitgang wordt geboekt en het resultaat steeds meer als een nederlaag wordt gezien. Om alsnog de schijn van een ‘overwinning’ te kunnen inroepen, wat niet onbelangrijk is op een jaar van de volgende presidentsverkiezingen waarin de zittende president zal moeten uitleggen waarom de oorlog nog steeds niet is gedaan, wordt overgegaan tot individuele liquidaties.
Meteen hoopt het VS-imperialisme op deze manier opnieuw een grotere regionale rol te kunnen spelen. De verschillende revolutionaire bewegingen doorheen het Midden-Oosten en Noord-Afrika ondermijnden haar regionale rol: cruciale bondgenoten zoals Moebarak kwamen onder vuur te liggen.
Wellicht zal de dood van Bin Laden in de VS zelf tijdelijk gebruikt kunnen worden om de steun voor Obama op te krikken, maar dit zal slechts een erg tijdelijk gegeven zijn. Een meerderheid van de bevolking is blij met de liquidatie van Bin Laden, maar er is evengoed een meerderheid die het nog steeds niet eens is met de oorlogspolitiek van de VS. Het besparingsbeleid zal dat niet veranderen. In Pakistan en Afghanistan is de VS niet versterkt uit deze operatie gekomen. Het Pakistaanse regime probeert zich als betrouwbaar voor te doen en laat daartoe onder meer Amerikaanse aanvallen met onbemande vliegtuigjes toe in de buurt van de Afghaanse grens.
Vlak na de dood van Bin Laden werd door Zardari van de media-aandacht gebruik gemaakt om een bezoek aan Rusland te brengen. Dit was vooral voor interne consumptie bedoeld: het bondgenootschap met de VS is geen populair gegeven in Pakistan. Het feit dat de steun voor Bin Laden zo sterk was afgenomen, betekent niet dat de afkeer tegenover de VS zou zijn afgenomen. Integendeel zelfs. Vanuit India werd op het Pakistaanse bezoek aan Moskou gereageerd met een bezoek van premier Singh aan Afghanistan. De regionale spanningen blijven met andere woorden intact.
De timing van de dood van Bin Laden was ideaal voor VS-president Obama. De hulp van het Pakistaanse leger werd beloond met regeringspostjes. Maar dit betekent geen eindpunt voor de problemen in Afghanistan, Pakistan of het gevaar van het islamfundamentalisme.