Blankenberge: strijd over oases in een sociale woestijn

Wie tijdens de hittegolf verkoeling zocht aan de Belgische kust zal gemerkt hebben dat ons strand lijkt te krimpen. Wat ooit 67 kilometer publieke strandruimte was, wordt steeds verder geprivatiseerd met als gevolg dat ook een dagje strand voor velen niet langer betaalbaar is. In de voorbije legislatuur verdubbelde het aantal strandbars en momenteel overspoelt de privatiseringsgolf verder onze kust. De genomen coronamaatregelen verkleinen onze publieke strandruimte nog verder, maar dat is voor de rijken en hun politici geen probleem. Zij zoeken wel wat verkoeling aan hun privézwembaden of op hun luxejacht.

door Arne en Floris (Gent)

Zwemmen anno 2020: een luxeproduct

De combinatie van de hittegolf en de coronacrisis illustreerde niet alleen de dodelijke chaos van het systeem, maar ook hoe tekorten ruimte geven aan racisme en verdeeldheid. Terwijl er in Brussel geen enkel openluchtzwembad is, en de goedkoopste mogelijkheid om gratis buiten te zwemmen op meer dan een uur pendelen van de hoofdstad ligt, brak afgelopen zomer opnieuw een hittegolf uit. Steden zijn ware hitte-eilanden en wie verkoeling zocht, kon slechts beperkt terecht op de enkele tientallen gratis zwemlocaties die ons land nog rest. Niet dat er niet meer plaatsen bestaan waar men zou kunnen zwemmen. Er wordt gewoon geen geld vrijgemaakt om ze zwembaar te maken of er een redder tewerk te stellen. Alleen daar waar zwemmen gekoppeld wordt aan consumptie, wordt geïnvesteerd. Wereldwijd kopen ultrarijken ondertussen stranden op voor exclusief eigen gebruik of om ze alleen nog toegankelijk te maken voor wie daar genoeg voor betaalt.

De coronacrisis heeft de toegang voor jongeren tot ontspanningsmogelijkheden als zwemmen nog verder beperkt maar het was vooral de ongelijke verdeling van het strand, die aan de basis lag van de strubbeling waarbij enkele strandparasols over en weer vlogen. Een werkneemster van een strandbar in Blankenberge stelde dat het incident begon toen jongeren, door het opkomen van het tij, op het strand kwamen zitten, dat aan de strandbars toebehoort en de politie hen daar vervolgens kwam wegjagen. De dagen na het incident gingen de stadsbesturen van de kuststeden nog voorbereider te werk en kwam er zelfs een verbod om naar enkele kuststeden te komen, althans voor wie geen reservatie bij een hotel of restaurant had! Voor deze burgemeesters is het al lang beslist welke richting het met onze kust op moet: naar gecommercialiseerde en ontoegankelijke winstmakerij. Wat dat betekent, hebben we afgelopen zomer gezien: grote sociale spanningen die uitgebuit worden door de rechterzijde om de aandacht af te leiden van hetzelfde beleid dat het incident veroorzaakte!

De privatisering van de publieke ruimte in combinatie met coronamaatregelen, die een zeer ongelijke impact hebben, zijn de concrete aanleiding voor het strandtumult. De hele mediahetze en het debat hierover toonden de aard van de kapitalistische repressie- en propaganda-machines.

Racial profiling en klassenjustitie

Vanaf het plaatsvinden van de feiten zien we dat de politieke rechterzijde en de media zich op gang trekken om een beslissende interpretatie te geven aan de feiten, en belangrijker, aan de daders. Zo hoorden we Pieter De Crem (CD&V) daags na het incident een discours afsteken over een mogelijk plaatsverbod voor relschoppers die bekend zijn bij het gerecht. Hij had het over ‘dagterroristen’. Ook hoorden we Koen Metsu (N-VA) op de radio pleiten voor harde straffen om zogezegde straffeloosheid tegen te gaan. Bij hen moest je de werkelijke betekenis nog tussen de regels lezen.

Vlaams Belang chouchou Dries van Langenhove maakt de etnische vooroordelen van de rechterzijde al heel wat tastbaarder. Hij deed dit door het delen van een cartoon die de nadruk legde op de relatie tussen de huidskleur van de betrokken jongeren en wat in de media als ‘Blankenbergse rellen’ werd omschreven. Zoals gewoonlijk wist Filip Dewinter op Twitter exact te zeggen wat de meesten ter rechterzijde wel denken maar niet al te openlijk durven zeggen: “Kust wil dagjestoeristen weren na rellen. Een ‘time-out’ volgens de burgemeester van #Blankenberge… …We hebben geen time-out maar een black-out nodig!”. In De Standaard (10/08/20) stelde Dewinter heel openlijk wat voor goudmijn voor extreemrechts het incident in Blankenberge wel was: “Er was intern wat onduidelijkheid over welke richting we tijdens de coronacrisis uit moesten. Het is een tijdje moeilijk geweest om ons in het debat te wringen. Dat is nu anders, en dat mogen we niet laten voorbijgaan.”

Het bleef niet bij woorden. Blankenbergs politiecommissaris, Philip Denoyette, duidde hoe hij zijn korps zou inzetten om ‘jongeren met een risicoprofiel’ te onderscheppen op de invalswegen. Het kwam neer op een praktijk die de letterlijke belichaming is van etnisch profileren: het selecteren van groepen op basis van hun niet-witte uiterlijk. Alle commentaar en de genomen maatregelen waren ingegeven door de etniciteit van de jongeren die er in betrokken zijn, en niet door feiten zelf. Zouden er gelijkaardige reacties volgen moesten daders van een dergelijk handgemeen een witte huidskleur hebben? Wanneer we terugdenken aan de moord op Sanda Dia door zijn mede-Reuzegommers, en de afwezigheid van een politieke reactie in dat geval, wordt duidelijk dat we het antwoord op die vraag al kennen. Die daders zitten lekker thuis met een peperdure advocaat. De opgepakte parasolwerpers moesten daags nadien in zwembroek en op blote voeten voor de onderzoeksrechter verschijnen.

Privileges en ideologie

De racistische ideologie van de heersende klasse is tweeledig. Enerzijds vloeit ze rechtstreeks voort uit hun maatschappelijke positie als uitbuiters. Hun fortuinen en privileges, met bijhorende armoede en miserie voor de rest, kunnen enkel gelegitimeerd worden vanuit een superioriteitswaan, die hen doet denken dat het hun ‘inventiviteit’ of ‘leiderschap’ is die de rijkdom in de samenleving voortbrengt in plaats van de arbeid van de massa’s werkenden. De wereldwijde verbreiding van het kapitalisme dient voor hen dan ook als bewijs van hun superioriteit en de inferioriteit van alle de rest. Zoals ze neerkijken op de werkende massa’s, kijken ze ook neer op de neokoloniale wereld.

Anderzijds is deze racistische ideologie ook een cruciaal instrument van het kapitalistische bestel. Het is namelijk absoluut noodzakelijk voor het voortbestaan van het kapitalistisch systeem dat de onderdrukte klasse wordt verdeeld en racisme is een perfect verdelingsinstrument. Een verenigde werkende klasse beschikt namelijk over de kracht om de kapitalistische klasse omver te werpen, en daarmee de geprivatiseerde rijkdommen te herverdelen.

Problemen en de camouflage ervan

Langs de ene kant kunnen we het Blankenbergs incident verstaan als een gevolg van de steeds meer beperkte publieke ruimte, die op haar beurt het gevolg is van een doorgedreven privatiseringsgolf. Verzwaard door het veralgemeende ongenoegen over de coronamaatregelen, die telkens de zwaksten het zwaarste treffen. Maandenlang werden jongeren verplicht thuis te blijven, want voor het opzetten van een systeem van massale testing en tracing werden geen middelen vrijgemaakt. Het sociale leven en individuele gedragingen worden geviseerd en afgedaan als de grote verantwoordelijke in de verspreiding van het virus. Extreemrechts heeft er haar moment mee gevonden voor een racistische agenda en speelt haar rol, ten dienste van het grootkapitaal, door voorop te staan in het afleiden van de aandacht van dat dodelijk beleid.

Het enige wat telt, is het winstbejag van een kleine groep ultrarijken. Enkel wie het zich kan permitteren, heeft vandaag feitelijk recht op verkoeling en ruimte, op een goede gezondheid en een psychisch welbevinden. De reactie van het gerechtelijk systeem en vanuit de politieke rechterzijde probeert de rol van het kapitalisme te camoufleren. Ze doen waar ze goed in zijn: de aandacht afleiden door het incident op te blazen en te framen als een etnisch conflict. Wij mogen ons laten verdelen door hun haat. We kunnen beter antwoorden met solidariteit en strijd tegen dit racistisch systeem.