Welk progressief front tegen N-VA en Voka?

Artikel door Bart Vandersteene uit de decembereditie van De Linkse Socialist

Eind oktober lanceerde het ABVV een campagne voor solidariteit en tegen nationalisme. Op zich een goede zaak, ook vakbonden moeten zich uitspreken over een politiek project. Maar de manier waarop ABVV-voorzitter De Leeuw de campagne verwoordde, zal ons helaas geen stap verder brengen in de bescherming van onze welvaartstaat.

De Leeuw riep op tot een progressief front van SP.a en Groen! om een alternatief uit te werken voor N-VA. Beide partijen reageerden afwijzend op dit voorstel van het ABVV, zij hopen in een federale regering met N-VA te stappen en vonden de nota van De Wever die door het ABVV werd bekritiseerd een goede basis om verder over te onderhandelen. Ook de linkse socialisten lopen niet warm voor het ABVV-project, maar dan wel om andere redenen. Het is de zoveelste poging om het politieke status quo te bevestigen en de politieke keuze te beperken tot de bestaande traditionele partijen.

In zijn editoriaal in Knack (27.10) gaf Rik Van Cauwelaert een belangrijk argument waarom we geen vertrouwen kunnen stellen in dit zogenaamde progressieve front: “Op het congres van de christelijke vakbond stelde voorzitter Luc Cortebeeck de vraag: ‘Moeten we klakkeloos aanvaarden hoe men in Vlaanderen een werkgeversparadijs wil uitbouwen op een sociaal kerkhof?’ Wellicht waren De Leeuw en Cortebeeck voor langere tijd het land uit. Zo niet hadden zij zeker kennisgenomen van de lofuiting van VBO-voorzitter Leysen in een brochure van de Belgische-Japanse kamer van koophandel, aan het adres van België. Daarin beschreef Leysen België als een land met – dankzij de notionele-interestaftrek – de laagste reële vennootschapsbelasting ter wereld, en voor aanwerving en ontslag van werknemers een van de meest patroonsvriendelijke landen in Europa. Kortom: het werkgeversparadijs bestaat al, het heet België.”

Volgens de ABVV-leiding moeten we dus beroep doen op diegenen die het werkgeversparadijs België creëerden om een nog fantastischer werkgevers-paradijs Vlaanderen tegen te houden. SP.a en PS zijn de enige partijen die de afgelopen 20 jaar zo goed als onafgebroken aan alle regeringen, nationaal en regionaal, hebben deelgenomen en dus verantwoordelijkheid dragen voor de stijging van de armoede, de uitverkoop van openbare diensten, de notionele intrestaftrek, de lage pensioenen, …

Diegenen die dachten dat een zware electorale opdoffer (in het geval van SP.a opeenvolgende opdoffers), de sociaal-democraten terug naar links zou brengen, zijn eraan voor de moeite. Ook de economische crisis brengt bij de SP.a-top geen ruk naar links teweeg. In Knack (13.10) kreeg Caroline Gennez volgende vraag: “U kiest resoluut voor de centrumkiezer. Maar hoort een socialistische partij zich ook niet te richten op de onderste lagen van de maatschappij?” Haar antwoord veegt alle mogelijke illusies weg: “Wij moeten niet meer naar links opschuiven, want dat is de voorbije jaren al gebeurd.” Heeft iemand die muizenpas naar links waargenomen?

“Stel dat er straks toch een compromis zou komen, dat SP.a en Groen! bijgevolg een akkoord sluiten over een onderhandeld deel van de regionalisering van de personenbelasting. Wat gaat Rudy De Leeuw het werkvolk zeggen? Het inhoudelijk failliet afkondigden van SP.a en Groen!?” vraagt Walter Pauli zich af in De Morgen. Hij heeft gelijk. De Leeuw zou als ABVV-voorzitter moeten weten dat SP.a en Groen geen alternatief formuleren op de politiek van ‘regionaliseren om harder te besparen’. Zijn houding valt bovendien moeilijk te rijmen met het feit dat De Leeuw als voorzitter van SP.a-Denderleeuw op lokaal vlak zelf in een coalitie met N-VA en CD&V zit.

De vakbonden spelen een belangrijke rol op het politieke terrein. Zolang de leidingen blijven vasthouden aan de politieke “vrienden” in SP.a, PS, CD&V en CDH, blijft de keuze bij verkiezingen beperkt tot één tussen pest of cholera. Tegenover de agressieve neoliberale politiek van Voka en N-VA is een klaar en duidelijk antwoord nodig. Wij aanvaarden niet dat de gewone werknemers en hun gezinnen moeten opdraaien voor deze kapitalistische crisis. Enkel een nieuwe strijdbare linkerzijde kan deze boodschap op een geloofwaardige manier verdedigen.