Frankrijk. Grootste betogingen in jaren. Arbeidersbeweging kan het hele land lam leggen

Frankrijk bevindt zich steeds meer in het centrum van de aandacht. Dat geldt niet enkel voor de heersende klassen in Europa, maar ook voor veel arbeiders en jongeren. De strijd tegen de pensioenhervormingen wordt een kristallisatiepunt voor de strijd tussen de krachten van het kapitalisme met hun reactionaire besparingsagenda aan de ene kant en de opkomende strijd van de arbeidersklasse aan de andere kant.

Door Cédric Gérôme en Alex Rouillard

Op dinsdag 12 oktober kwam een spectaculair aantal Fransen op straat voor de vierde “actiedag” (massale betogingen en stakingen) sinds september. Nationaal waren er 3,5 miljoen betogers wat 20% meer is dan bij de vorige betogingen. Er waren maar liefst 244 betogingen. Zelfs de politie moest erkennen dat er overal meer betogers waren. Ondanks de rijke traditie van strijd in Frankrijk was een dergelijk groot aantal betogingen met zoveel deelnemers een uitzonderlijk gegeven. Het lijkt er op dat iedere stap van de regering meer mensen aanzet om aan de acties deel te nemen.

In Parijs waren er 330.000 betogers, in Marseilles 230.000, in Toulouse 145.000,… Het beeld is overal hetzelfde. Ondanks de hoop van de regering Sarkozy op een uitdoving van de beweging en ondanks de bureaucratische pogingen van toplui in verschillende vakbonden, wordt de beweging vandaag net breder en raken meer lagen van de bevolking betrokken. In Marseilles gaf een politievakbond kritiek op het officiële cijfer van het aantal betogers, in Parijs sloten een aantal agenten zich bij de betoging aan. In Rouen kwam 1/8ste van de bevolking op straat, waardoor het de grootste betoging sinds 1995 was. Een activist van Gauche Révolutionaire, onze Franse zusterorganisatie, had het over een “mensenzee” waarbij “er heel wat instemming was voor de slogan van opeenvolgende algemene stakingen.”

Zelfs een aantal kapitalistische kranten staan vol met commentaren en interviews die een uitdrukking geven aan de sfeer die verder aan het radicaliseren is. Er komt ook heel wat kritiek op het gebrek aan duidelijke ordewoorden van de vakbondsleiding. “De leden zijn het beu om telkens gewoon op straat te komen”, “We moeten overgaan naar een volgende stadium, een volgend niveau van actie”, “vriendelijke wandelingen in Parijs hebben we genoeg gehad, er is hardere actie nodig”, “we moeten de economie van het land neerleggen zodat de regering, de spreekbuis van het patronaat, zal luisteren”,… Het protest zorgt voor een polarisering van het volledige politieke landschap. Zelfs leiders van de oppositie, de zogenaamde “Socialistische” Partij (PS), roepen nu op om de maatregelen van Sarkozy in te trekken. Even voordien hadden ze zelf nog een verhoging van de pensioenleeftijd voorgesteld, maar nu zijn ze bang voor verdere confrontaties.

De terugkeer van mei ‘68?

Voor het eerst kwamen afgelopen dinsdag ook de jongeren massaal in actie. Dat was een krachtig antwoord op de stelling van een aantal aanhangers van Sarkozy dat het pensioendebat de jongeren niet aanbelangt. Sommige schattingen hebben het over een miljoen jobs die verloren kunnen gaan als gevolg van de verhoging van de pensioenleeftijd. Vooral jongeren zouden daar op een directe wijze door worden geraakt. Bovendien is de pensioenhervorming maar het topje van de bomen, de rechterzijde wil een algemene golf van aanvallen doorvoeren. De regering van Sarkozy wil de arbeidersbeweging daartoe eerst een nederlaag toebrengen om zelf sterker te staan in de krachtsverhouding tussen arbeid en kapitaal.

Er was op de betoging afgelopen dinsdag een massale deelname van jongeren. Er waren minstens 300 hogescholen en 400 middelbare scholen waar werd gestaakt. De jongeren sloten zich overal in het land bij de acties aan. De scholierendelegatie op de betoging in Rouen was vier keer zo groot als op 2 oktober. “Sarko, je bent eraan, de jeugd komt op straat”, riepen de jongeren in Toulouse waar ze voor het eerst massaal mee betoogden.

Het establishment is bang van een verdere radicalisering waarbij de jongeren en de arbeiders samen in actie komen. Een dergelijk scenario heeft al meermaals Franse regeringen tot toegevingen gedwongen. De Britse krant Financial Times stelde: “Centrum-rechts in Frankrijk is nog steeds getraumatiseerd door de gebeurtenissen van mei 1968 toen de studenten de stakende arbeiders vervoegden in een rebellie tegen het economische en sociale beleid van De Gaulle.” De krant had het over een terugkeer van het “radicalisme van 1968”.

Sarkozy weet dat er veel op het spel staat. Als minister van binnenlandse zaken werd hij in 2006 geconfronteerd met massaal protest tegen de CPE (een jongerenbanenplan). De gezamenlijke strijd van jongeren en arbeiders met de dreiging van een algemene staking dwong de rechtse regering destijds tot het intrekken van haar plannen.

Het satirische blad “Le Canard Enchainé” haalde Sarkozy aan toen die stelde: “We moeten ten allen prijze vermijden dat het tot jongerenmobilisaties komt. Voor een regering is er niets erger dan een samengaan van het sociale front en het onderwijsfront. Ik heb het niet over leraars die staken als ze terugkeren uit vakantie, maar over scholieren en studenten. Die moeten we nauwgezet in de gaten houden.”

Stakingsbeweging verspreidt zich aan de basis

Afgelopen dinsdag waren er al stakingsacties in het openbaar vervoer, het onderwijs, de metaalsector, de chemie, de post, de raffinaderijen en de havens. Er waren ook stakingen in minder “traditionele” werkplaatsen. Zo moesten honderden toeristen in Parijs het zonder een bezoek aan de Eiffeltoren stellen nadat het personeel zich bij de staking had aangesloten.

Het personeel van het openbaar vervoer in Parijs heeft zich uitgesproken voor opeenvolgende stakingen vanaf 12 oktober en ook bij de spoorwegen zullen er verschillende stakingsacties plaatsvinden.

Bij de olieterminals Fos en Lavera in de haven van Marseille wordt al verschillende dagen gestaakt. Deze staking en blokkade zijn belangrijk aangezien 40% van de ruwe olie in Frankrijk door deze terminals wordt ingevoerd. Met hun staking zorgen de arbeiders voor hinder in de helft van de olieverwerkende bedrijven in het land. De arbeiders van 11 van de 12 olieraffinaderijen, waaronder alle zes de raffinaderijen van Total, gingen in staking. De CGT bij Total heeft een meerderheid van de vakbondsvertegenwoordiging in handen en is overgegaan tot een langdurige staking. De productie in acht raffinaderijen ligt al volledig plat. De regering probeert de impact hiervan te minimaliseren, maar intussen zijn er al brandstoftekorten.

Deze stakingsacties mogen niet geïsoleerd blijven, ze moeten navolging krijgen in de rest van het land en in andere sectoren. Iedere aankondiging van opeenvolgende stakingen is een stap in deze richting (de Fransen hebben het over “grève reconductible”, dit betekent dat een staking wordt uitgeroepen en telkens opnieuw bevestigd/verlengd op een personeelsvergadering).

Het feit dat er een aantal opeenvolgende stakingen zijn begonnen of worden bediscussieerd op de werkvloer, is een keerpunt. Volgens een peiling die werd gepubliceerd in ‘Le Parisien’ is 61% voor hardere syndicale actie. Er is een opvallend gebrek aan een duidelijke leiding. Bernard Thibault, algemeen-secretaris van de CGT, verzet zich tegen een algemene staking. Op de radio stelde hij dat dit een “abstracte slogan” is die niet zou leiden tot een verbetering van de krachtsverhoudingen. Een groeiend aantal arbeiders is niet langer bereid om te wachten en beslist dan maar zelf om tot staking over te gaan.

De roep naar een algemene staking wint aan kracht. Sarkozy en de kapitalisten spelen een beslissende rol in deze strijd, maar een meerderheid van arbeiders en jongeren hebben een glimp opgevangen van hun potentiële kracht. Ze zijn vastberaden om de strijd vooruit te duwen. Alle ingrediënten voor een massale confrontatie zijn aanwezig, ook al wordt er aan de top alles aan gedaan om dat te vermijden uit angst om de controle over de situatie te verliezen.

Een algemene staking zou de volledige economie lam leggen. Het kan de regering en de bazen tot toegevingen dwingen, maar het stelt ook de vraag over wie de macht in handen heeft. De belangrijke lessen van mei 1968 moeten door de nieuwe generatie van activisten opnieuw worden bekeken om voorbereid te zijn op de toekomst.

De ontwikkeling van een algemene staking over alle sectoren heen moet worden bediscussieerd op de werkvloer, in de scholen, aan de universiteiten met regelmatige algemene vergaderingen en democratisch verkozen actie-organen. Door deze organen op lokaal, regionaal en nationaal niveau te coördineren, kan de strijd op een nieuw niveau worden getild. Dit zou de basis kunnen vormen voor een beslissende strijd om Sarkozy en co te vervangen door een regering van arbeidersvertegenwoordigers die werden verkozen door de actie-organen. Dat kan de basis vormen voor een socialistische maatschappijverandering waarbij de grote monopolies en banken onder de democratische controle en het beheer van de arbeidersklasse worden geplaatst. Dat zou het startpunt van een geplande economie kunnen vormen waarbij de belangen van de meerderheid van de bevolking centraal staan.