China: minstens 43 Oeigoeren verdwenen na protestacties…
Eerder dit jaar waren er protestacties van de Oeigoerse bevolkingsgroep in China. Tientallen van deze mensen zijn verdwenen nadat ze opgepakt werden bij de acties in de regio Xingjiang in juli. Dat meldt Human Rights Watch.
De hoofdstad van Xinjiang in het westen van China, Urumqi, kende vanaf 5 juli de ergste etnische rellen sinds decennia. Tijdens drie dagen van confrontaties vielen er minstens 197 doden en meer dan 1600 gewonden. Het geweld vond plaats nadat de oproerpolitie een vreedzame betoging van Oeigoerse jongeren had aangevallen. De jongeren eisten een onderzoek van de regering naar een confrontatie in een andere provincie van China.
Human Rights Watch bracht een rapport uit waarin het stelt dat 43 Oeigoeren “verdwenen” zijn na de arrestaties en de repressie in juli. Het 48 pagina’s tellend rapport stelt dat het gaat om een “ernstige inbreuk op de internationale mensenrechten” en ook op de Chinese wetgeving. Het rapport is gebaseerd op interviews met “tientallen” Oeigoeren uit Urumqi en minstens een twintigtal inwoners van Urumqi die behoren tot de Han-Chinezen, de meerderheidsgroep in China en ook een meerderheid van de 2,3 miljoen inwoners van Urumqi. De jongste Oeigoer die is verdwenen, is volgens het rapport amper 14 jaar oud.
“De gevallen in dit rapport zijn wellicht slechts de top van een ijsberg”, aldus Brad Adams, de verantwoordelijke voor HRW in Azië. De mensenrechtengroep heeft slechts materiaal rond 43 gevallen nadat wekenlang (in het geheim) onderzoek werd verricht in Xinjiang. De onderzoekers benadrukken wel dat zowat iedere Oeigoer waarmee ze spraken wel een geval kende van een vriend, familielid of kennis die was verdwenen nadat hij/zij werd vastgehouden door de veiligheidstroepen. Slechts enkelen durfden ook te zeggen wie ze kenden, velen vreesden dat een getuigenis zou kunnen leiden tot straffen. HRW stelde dat verschillende getuigen bevestigden dat de autoriteiten volledige wijken hadden afgesloten om jonge Oeigoeren te zoeken.
Volgens getuigen werd bijvoorbeeld een straat in Saimachang, een voornamelijk Oeigoerse buurt, afgesloten door 150 agenten en soldaten. Dat gebeurde op 6 juli, een dag na het begin van de rellen. “Vrouwen en ouderen moesten aan de kant gaan staan. Alle mannen tussen 12 en 45 moesten op een lijn gaan staan tegen de muur. De politie en het leger fouilleerden de mannen en gingen na of ze schrammen of wonden hadden. Ze werden ook gevraagd waar ze waren op 5 en 6 juli. De ordediensten sloegen willekeurig uitgekozen slachtoffers. Ook oudere mannen deelden in de klappen – onze buurman van 70 jaar werd meermaals geslagen.” HRW stelt dat er bij deze operatie 17 mensen werden meegenomen door de politie.
Dit verslag komt er voor de eerste rechtszaken rond de rellen in Xinjiang zijn begonnen. In die processen moeten een aantal mensen voorkomen die beschuldigd worden van betrokkenheid bij de rellen van juli. Er wordt gevreesd dat er bij deze processen heel wat vooringenomenheid zal bestaan en een vastberaden wil om tot veroordelen over te gaan. Xinjiang en vooral Urumqi zijn in de greep van een extreme en gevaarlijke etnische polarisatie. De processen kunnen door het regime worden aangewend om haar positie te versterken onder de Han-Chinezen. In die gemeenschap is er immers een grote woede omdat honderden Han Chinezen in juli werden aangevallen. Er vielen tientallen doden.
Afgelopen maand kwamen er meer dan 10.000 Han Chinezen op straat in Urumqi om het ontslag te eisen van de topman van de lokale Communistische Partij, Wang Lequan. Wang heeft zijn job behouden, maar twee topfiguren van de stad Urumqi werden aan de deur gezet. Met de huidige onstabiliteit in de regio en de eigen verzwakte positie onder de meerderheid van Han Chinezen, is het mogelijk dat het Chinese regime de koppen laat rollen van een aantal Oeigoeren. Dat kan in een proces waarbij er amper enige mogelijkheid van een echte verdediging is.
Tot nu toe werden al 11 mensen ter dood veroordeeld wegens hun rol bij de rellen. Het Chinese regime stelt dat deze veroordelingen gebeurden volgens de Chinese wetgeving waarbij de autoriteiten ervoor moeten zorgen dat verdachten toegang hebben tot advocaten en waarbij de familie van de verdachten weet waar en waarom ze worden vast gehouden. Human Rights Watch beweert dat dit niet het geval was en wijst erop dat de meeste mannen en jongens die worden vastgehouden al verdwenen in juli waarbij de familie sindsdien niets meer van hen hoorde. “De autoriteiten stelden dat ze niet op de hoogte waren van de arrestaties of dat het onderzoek nog bezig was, zonder toe te geven dat de betrokken waren opgepakt. In nog andere gevallen werden familieleden die vragen kwamen stellen gewoon weg gejaagd.”
Het conflict in Xinjiang kent haar basis in de groeiende sociale ongelijkheid, stijgende werkloosheid en een geschiedenis van etnische discriminatie. Dit zal niet opgelost raken met repressie door het regime. De methoden van arrestaties, verdwijningen en showprocessen die we vandaag in Xinjiang zien, zullen ongetwijfeld ook in andere provincies worden toegepast tegen al wie durft in te gaan tegen het regime. Het enige alternatief is een socialistische strijd waarin de arbeiders en armen van alle etnische groepen worden verenigd om democratische rechten af te dwingen en de meerderheid van de bevolking de effectieve controle te laten verwerven over de rijkdommen van het land en de economische macht.