Interview met Gustave Dache

Interview met Gustave Dache

Gustave is een veteraan van arbeidersstrijd in ons land, zo lag hij mee aan de basis van de grote staking van 1960-’61. Dat was een immense beweging met het potentieel om heel het land en het systeem plat te leggen. Gustave is al die jaren actief gebleven binnen de arbeidersbeweging, zo was hij delegee bij Caterpillar en Citroën. Op 7 juni is hij onafhankelijke kandidaat voor LSP op de Franstalige Europese lijst LCR-PSL. We spraken met hem af voor een interview. Veel vragen voorbereiden, was niet nodig.

Interview door Elisa De Noël, lijsttrekster PSL Mons

“De ernstige crisis van het kapitalisme leidt tot een groeiende interesse in een alternatief. Het kapitalisme zal niet zomaar komaf maken met zichzelf, daar zal een bewuste strijd voor nodig zijn. Voor deze strijd hebben we nood aan een revolutionaire marxistische partij die niet alleen in woorden maar ook in daden bouwt aan een krachtsverhouding. Dat is nodig om te vermijden dat de arbeidersbeweging, net als in het verleden, historische kansen zou missen.

“We zullen steeds meer strijdbare bewegingen van de arbeidersklasse zien, waarbij wordt aangesloten bij de revolutionaire tradities van de arbeidersbeweging. In 1960-’61 konden we het kapitalistische systeem in dit land omver werpen, of toch alleszins een poging daartoe ondernemen. Ik nam deel aan de strijd van ‘60-’61 en aan de vele discussies in deze tijd. Veel arbeiders wilden een algemene confrontatie met de burgerij, maar die confrontatie kwam er niet omdat we afgeremd werden door de reformistische leidingen. Veel zogenaamd revolutionaire marxisten van die tijd hadden overigens gecapituleerd voor de reformistische tendens van André Renard.

“Vandaag zitten we in een gunstige situatie. De crisis waarin we terechtkomen, zal het revolutionaire potentieel van de arbeidersklasse concretiseren en duidelijk maken. Een beweging zoals LSP moet zich voorbereiden op een machtsstrijd. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we op straat moeten rondlopen om “leve de revolutie” te roepen. We moeten deelnemen aan verkiezingen, aanwezig zijn in strijdbewegingen en klaar staan voor een frontale aanval op het kapitalisme.

“Ik ben geen profeet en kan niet voorspellen hoe en wanneer een beweging exact zal ontwikkelen, maar de objectieve voorwaarden zijn aanwezig, waardoor de arbeiders uiteindelijk geen andere keuze zullen hebben. Vandaag zal het net als gisteren volstaan om te vertrekken van een kleine organisatie. Het klopt niet dat een kleine minderheid vandaag, morgen geen belangrijke rol kan spelen. Dat hebben we al meermaals gezien in zowat alle strijdbewegingen. Soms volstaat het dat één militant een bezetting voorstelt opdat de rest van zijn of haar collega’s zouden volgen. Een militant met goede voorstellen kan op zo’n ogenblik een verschil maken als deze de richting van de strijd aanvoelt en niet alle kanten uitgaat. Er kan worden gezegd dat jongeren weinig ervaring hebben, maar ervaring komt door strijdbewegingen en dan kan het erg snel gaan. In 15 dagen strijd leer je soms meer dan in 10 jaar lezen.”

Elisa: Je zegt dat we uit strijd kunnen leren, waarvoor zou jij jongeren daarbij willen waarschuwen?

“Een eerste mogelijke fout is het zich afsluiten van de massa’s. Doorgaans richten de massa’s zich naar hun traditionele organisaties. Dat is wat er ook in ‘60 gebeurde, met die opmerking dat de PS toen wel nog een actieve arbeidersbasis had. Het was toen belangrijk om zich niet af te sluiten van die strijdbare militanten die zich naar de traditionele arbeidersorganisaties richtten.

“Op het ogenblik dat deze arbeiders zich bewust worden van de remmende rol van de leiding van de traditionele organisaties, een rol die we overigens altijd moeten aanklagen, kan een revolutionaire marxistische partij een rol spelen indien deze over duidelijke ideeën en perspectieven beschikt om een einde te maken aan het kapitalisme en een socialistische samenleving te vestigen. Daartoe zijn vandaag niet noodzakelijk de aantallen belangrijk, maar wel de politieke fundamenten. Velen beperken zich tot het verschuilen achter de mooie woorden van de leiding. Dat was ook een fout die zogenaamd marxistische groepen maakten in ‘60-’61.

“De staking van ‘60-’61 ligt intussen natuurlijk al even achter de rug, maar de arbeidersklasse is sindsdien niet in slaap gevallen. Er zijn nog steeds acties en bewegingen. Arbeidersstrijd betekent niet op straat gaan vechten, het is een dagelijkse strijd in de bedrijven, op betogingen, in bewegingen,…”

Elisa: Wat zijn voor jou belangrijke eisen in de verkiezingscampagne?

“We moeten altijd, en zeker nu, als doel hebben om een socialistische samenleving te vestigen. Maar zeg vandaag maar eens aan arbeiders dat we de macht moeten grijpen… We hebben nood aan een overgangsprogramma dat een brug maakt tussen het kapitalistische systeem en de revolutie, een programma dat onder meer elementen bevat zoals de nationalisatie onder arbeiderscontrole. Het programma moet een brug vormen om naar de andere kant van de rivier te gaan, dat programma is dus geen doel op zich. Het zal niet volstaan om enkele nationalisaties af te dwingen, heel het systeem moet veranderen.”