Pakistan: falende staat ten prooi aan geweld

Ondanks de oorlog in Georgië, haalt de NAVO de banden met Rusland opnieuw sterker aan. Daarmee hoopt de NAVO de bevoorrading van haar troepen in Afghanistan te kunnen garanderen. Verschillende Centraal-Aziatische landen keren zich tegen de VS en in Pakistan wordt een verdere opmars van het terrorisme verwacht. Deze week nog kwam het land in het nieuws omdat de Sri Lankeese cricket-ploeg het slachtoffer werd van een aanslag. Wat is er aan de hand in Pakistan?

Geert Cool

De verkiezing van de nieuwe PPP-regering gebeurde met een groot enthousiasme onder de Pakistaanse bevolking, maar ook de imperialistische machten waren opgetogen. Met de terugkeer van de partij van wijlen Benazir Bhutto werd gehoopt dat Pakistan een loyale en stabiele bondgenoot van de VS zou blijven. Niet dat het VS-imperialisme problemen had met de militaire dictator Musharraf, maar van de PPP werd een hardere aanpak van de Taliban-troepen in de Noordwestelijke Grensprovincie verwacht. Musharraf werd verweten dat hij amper iets deed tegen de opmars van de islamfundamentalisten in eigen land, terwijl Benazir Bhutto zich wel uitsprak.

Het was voorspelbaar dat dit slechts retoriek was. Het verschil tussen woorden en daden is ook in Pakistan een constant gegeven bij de traditionele politici. Het mag niet worden vergeten dat als Musharraf voor 11 september 2001 goede banden onderhield met het Afghaanse Taliban-regime, hij enkel het beleid van zijn voorgangers verder zette. Meer nog, het was onder het PPP-bewind van Benazir Bhutto in de jaren 1990 dat de Taliban werd opgezet in Pakistan. Bhutto heeft van meet af aan de ontwikkeling van de Taliban gesteund, zelfs nog voor de volledige geheime dienst (ISI) en het leger hun illusies in andere krijgsheren hadden afgelegd.

De Taliban was een product van de wanhoop die in Afghanistan werd gecreëerd door het imperialisme (onder meer als antwoord op de Sovjetinval in 1979, wat een directe poging was om een conflict tussen twee vleugels van de heersende communistische partij in dat land te beslechten). Maar de productie zelf van de Taliban-strijders gebeurde in Pakistan, in de Noordwestelijke Grensprovincie waar Pakistan vandaag zelf een probleem heeft met de oprukkende steun voor de Taliban. Het Pakistaanse regime heeft de Afghaanse massa’s de reactionaire Taliban opgedrongen, maar die operatie ontploft nu in het gezicht van datzelfde Pakistaanse regime. Met als ironische toets dat het probleem net onder een nieuw PPP-bewind uit de hand dreigt te lopen.

Begin jaren 1990 zaten duizenden Afghaanse jongeren in de Noordwestelijke Grensprovincie en Balochistan in vluchtelingenkampen. Ze kregen er onderwijs in islamscholen, medressen, die vaak werden geleid door conservatieve fundamentalisten die verbonden waren aan een fundamentalistische partij, de Jamiat Ulema-e-Islam (JUI). Die JUI vormde destijds een coalitie met de PPP van Benazir Bhutto. Bij de verkiezingen van 2008 werd de partij van de kaart geveegd: van de 53 zetels waarmee het kartel MMA ging lopen in 2002 (toen haalde de MMA 11,3%), bleven er voor de JUI in 2008 nog 6 zetels over. Tot voor enkele jaren waren er meermaals allianties tussen de PPP en de JUI, vooral in de Noordwestelijke Grensprovincie.

De JUI bouwde de medressen waar de Taliban werden opgeleid. In de Noordwestelijke Grensprovincie van Pakistan vormen de Pashtoons een meerderheid, voor de Afghaanse Pashtoons was het dan ook logisch om vooral daarheen te vluchten. Tienduizenden Afghanen werden er opgevangen en opgeleid. Niemand legde de JUI iets in de weg om deze vluchtelingen te vormen tot fundamentalistische militanten. Zowel Pakistan als Saoedi-Arabië en de VS zagen er een mogelijke kracht in om orde op zaken te stellen in Afghanistan. Het lag in de lijn van de steun aan de moedjahedin-strijders (islamitische strijders) tegen de Sovjetbezetters in Afghanistan en nadien tegen het regime van Najibullah (dat pas in 1992 ten val kwam). De verschillende krijgsheren van de moedjaheddin gingen na verloop van tijd vooral de strijd met elkaar aan, wat de wanhoop nog groter maakte en het pad effende voor de Taliban. De Afghaanse studenten kwamen vanuit Pakistan terug naar hun eigen land en veroverden op recordtempo de controle over het land.

Het Pakistaanse regime heeft die ontwikkeling steeds gesteund. Het gaf de voorkeur aan een door Pashtoons gedomineerd regime in Afghanistan, aangezien dat de positie van het regime onder de eigen Pashtoonbevolking zou versterken. Bovendien versterkte het de regionale positie van Pakistan tegenover Iran en Rusland. De Perzische en Centraal-Aziatische bevolkingsgroepen in Afghanistan werden onderdrukt door de Taliban, niet louter op basis van religie (het reactionaire fundamentalisme kende de afgelopen jaren ook Centraal-Azië een opmars), vooral op etnische basis. Ironisch genoeg was het reactionaire (sjiietisch) Iraanse regime één van de felste tegenstanders van de (soennietische) Taliban op het ogenblik dat deze de macht in handen kregen in Afghanistan. De VS volgde toen nog haar Pakistaanse bondgenoot en steunde de Taliban.

De Afghaanse gok van de Pakistaanse elite – het steunen en opleiden van Pashtoon-studenten tot reactionaire fundamentalistische krijgers die met een bloedig regime het land zouden controleren – ontploft nu in het eigen gezicht. Er zijn niet alleen duizenden Afghaanse Taliban opgeleid, ook onder de Pashtoon-jongeren van de Noordwestelijke Grensprovincie in Pakistan is een generatie Taliban-strijders opgeleid (dit gebeurde zelfs bewust en met medewerking van het regime dat beroep wou doen op deze strijders om onder meer onstabiliteit te creëren in het door India bezette deel van Kasjmir). De Taliban-strijders laten zich echter niet beperken tot kanonnenvlees in het buitenland, ook in eigen regio eisen ze een politieke en sociale rol op. De sociale crisis in Pakistan versterkt die ontwikkeling. Vorig jaar werd het land hard getroffen door de voedselcrisis, de stijgende voedselprijzen maakten het leven quasi onbetaalbaar en er waren grote tekorten aan basisgoederen als brood. Naarmate de rijen aan de bakkerijen van Peshawar langer werden, steeg ook het potentieel van en de steun voor de Taliban.

Het Pakistaanse regime probeert vandaag tot een compromis met de Taliban te komen. In de Swat-vallei werd recent het Taliban-bestuur de facto erkend en is het Pakistaanse regime bereid om de Sharia te laten doorvoeren. Ook andere delen van de Noordwestelijke Grensprovincie staan reeds onder Taliban-controle, waarbij scholen (zeker meisjesscholen) worden gesloten en andere reactionaire maatregelen worden getroffen. Er is weinig steun voor dat soort maatregelen, maar de wanhoop en de miserie die werden voortgebracht door de opeenvolgende Pakistaanse regimes drijven steeds grotere delen van de bevolking in de handen van de Taliban. Zij zorgen tenminste voor brood en vrede, wordt gedacht.

Het falen van het Pakistaanse regime in het aanpakken van de Taliban in eigen land is geen louter militaire kwestie. Bij gebrek aan een sterk uitgebouwd socialistisch alternatief op de kapitalistische miserie, kunnen reactionaire krachten als de Taliban terrein winnen. De PPP heeft de hoog gespannen verwachtingen niet ingelost en blijkt voor hetzelfde beleid te staan als Musharraf. Het is tegen die achtergrond dat terreurgroepen zich kunnen versterken. De CIA vreest een Joegoslavische toekomst voor het land met een toename van etnische spanningen en burgeroorlog. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij de Pakistaanse massa’s, maar bij het imperialisme en het kapitalisme. Die hebben de bevolking misbruikt en geen toekomst aangeboden, het kapitalisme staat voor de meerderheid van de Pakistaanse bevolking voor barbarij. Een element van de barbarij van het imperialisme, de Taliban, dreigt nu in bepaalde delen van het land de overmacht te krijgen. Barbarij beantwoorden met barbarij, zal echter geen antwoord bieden voor de massa’s. Dat zal enkel kunnen door op te komen voor een socialistisch alternatief.