Pakistan. Chaos dreigt voor cruciale bondgenoot VS
Op 27 december werd de leidster van de Pakistani People’s Party (PPP), Benazir Bhutto, vermoord in Rawalpindi. Deze moord werd gevolgd door betogingen en rellen. De militaire dictator Musharraf kan op VS-steun rekenen, maar dat zal niet volstaan om de chaos tegen te houden.
De vroegere steun van het leger aan fundamentalisten kwam er mee onder Amerikaanse druk dat in de jaren 1980 islamitische strijders inzette in Afghanistan (tegen de Sovjetinval). Het was hetzelfde VS-imperialisme dat na 11 september 2001 eiste dat Musharraf afstand nam van zijn voormalige Afghaanse bondgenoten van de Taliban. Het Pakistaanse leger maakte de gevraagde bocht, maar betaalt er een prijs voor.
De islamfundamentalisten hebben geen lange traditie in Pakistan en haalden nooit meer dan 10% bij nationale verkiezingen. Ze kenden pas een opmars toen dit gestimuleerd werd door de militaire dictator Zia ul-Haq en het VS-imperialisme. De VS zwijgt vandaag over haar vroegere steun aan wat de Taliban zou worden. Maar in Pakistan is dat moeilijker, de vroegere steun heeft nog steeds een impact al was het maar door de aanwezigheid van fundamentalisten in leger en geheime diensten (waar ze voor 2001 onder meer werden ingezet voor operaties in Indisch Kasjmir).
Vandaag eist het VS-imperialisme een sterker optreden tegen de fundamentalisten. Deze bocht was moeilijk voor Musharraf, hij verloor daarbij de steun van een deel van het leger. Het resultaat was een verscherping van de confrontaties in de Noordwestelijke Grensprovincie (NWFP) en een poging van burgerlijke krachten uit het staatsapparaat om meer macht naar zich toe te trekken ten koste van een verzwakte legerleiding. De tussenkomsten van het VS-imperialisme bedreigen de fragiele evenwichten in Pakistan en leiden tot meer verdeeldheid, onder meer op religieus en nationaal vlak (met bewegingen voor meer autonomie in Kasjmir, Balochistan en nu ook Sindh).
Die tegenstellingen kunnen echter snel naar de achtergrond verdwijnen indien de arbeiders en armen verenigd in verzet komen tegen het feodalisme en kapitalisme. Het was een dergelijke beweging die in 1968-69 een einde maakte aan de militaire dictatuur en Zulfikar Ali Bhutto (de vader van Benazir) aan de macht bracht. Vader Bhutto moest onder druk van een massabeweging sociale hervormingen doorvoeren, maar weigerde deze tot in hun logische conclusies door te voeren (mede omwille van zijn achtergrond als tweede grootste feodale heerser in de provincie Sindh) waardoor het leger haar moment enkel hoefde af te wachten om de touwtjes terug in handen te nemen en een bloedige dictatuur te vestigen.
Benazir Bhutto steunde niet op de arbeiders en arme boeren. Haar voornaamste troef was de steun van de VS voor een coalitie van het leger en de PPP. In 2007 besteedde Benazir 250.000 dollar aan haar Amerikaanse public relations. Dat maakt duidelijk waar Bhutto politiek gezien stond, maar het maakte haar ook (dodelijk) kwetsbaar.
Bhutto kwam op tegen het reactionaire religieuze fundamentalisme zonder komaf te maken met het kapitalisme, imperialisme en feodalisme. Dat is niet mogelijk. De strijd tegen werkloosheid, armoede, inflatie en honger is verbonden met de strijd tegen het kapitalisme en voor een socialistisch alternatief. Het afgelopen jaar stegen de voedselprijzen met 16%. Dat leidt tot ongenoegen waar geen enkele traditionele partij antwoorden op heeft.
Wellicht zal de PPP op 18 februari de verkiezingen winnen. De “nieuwe” (via testament aangestelde) leiding van de partij kondigde aan dat het in een coalitieregering wil stappen met Musharraf. De acties na de moord op Bhutto toonden vooral het ongenoegen tegenover het regime. Een deelname van Bhutto’s partij aan dat regime zal het ongenoegen niet wegnemen.
Er is nood aan een arbeiderspartij die opkomt voor een socialistisch alternatief op de miserie, oorlogen, het religieus fundamentalisme en de regionale spanningen die gepaard gaan met het kapitalistische bewind dat thans heerst in Pakistan.