Verkiezingen: momentopname van versnippering en groeiende onvrede in maatschappij

De parlementsverkiezingen onderstreepten de wisselvalligheid van de burgerlijke politiek in een periode van economische stagnatie en achteruitgang. Wat op het eerste gezicht in het oog springt, is de immense instabiliteit van de traditionele politieke formaties. De winnaars van gisteren kunnen zeer snel veranderen in de verliezers van vandaag. Kijk naar de extreme pandoering die de regerende partijen Open VLD en SP.a-Spirit op veel plaatsen krijgen.

Standpunt door Peter Delsing, aangepaste versie overgenomen vanop http://links-socialisme.blogspot.com. Dit is slechts een aanzet tot analyse en evaluatie.

Maar ook de pijlsnelle opgang, schijnbaar uit het niets, van de Lijst Dedecker geeft de “ontrouw” van de kiezer weer. Fundamenteel weerspiegelt dit de verdwenen zekerheden van het kapitalisme. Het toont de snelle veranderingen in stemming onder brede lagen van de bevolking, waar de politiek vandaag aan onderhevig is. De steile klim van CD&V-NVA in deze verkiezingen is op geen enkele manier een terugkeer naar de stabiliteit van de oude CVP in de naoorlogse periode, als belangrijkste instrument van het patronaat.

Ironisch genoeg verloor niet alleen Open VLD onder de middenklasse en de beter begoeden stemmen aan de Lijst Dedecker. Het imago van “populist die zegt waar het op staat” leverde Dedecker ook stemmen van de SP.a op. Bijvoorbeeld in Oostende, thuishaven van Vande Lanotte en “model” van de “actieve welvaartstaat”. Het zou een verkeerde voorstelling zijn om de score van Dedecker eenzijdig aan een “verrechtsing” toe te schrijven.

Het is eerder een verzameling van verschillende en soms tegenstrijdige ongenoegens. Gaande van de poging van een bepaald soort hogere en middenklasse om effectief een snellere sociale afbraak te forceren, tot de proteststem van arbeiders die in Dedecker een populistische variant in de stijl van Van Rossem terugvonden. Het populisme bij Dedecker wordt wel hoofdzakelijk rechts ingekleurd.

Maar net als met de stemmen voor het Vlaams Belang is het meer een teken van groeiende tegenstellingen en polarisering in de maatschappij, dan van een toegenomen steun voor een asociaal en neoliberaal besparingsbeleid.

De SP.a verloor ook stemmen aan het kartel CD&V-NVA. Bij gebrek aan een zichtbaar en breed alternatief voor werkende mensen, een brede arbeiderspartij, werd er tegen de uitgaande regering gestemd. De idee dat de SP.a niet omwille van haar neoliberaal beleid werd gewantrouwd en weggestuurd – maar als straf voor een zogezegd verband met de PS – kan niet echt overtuigen. Veel lessen zullen er op dat vlak dus niet worden geleerd.

De benadering van CD&V en Yves Leterme was vaag genoeg, de term “goed bestuur” als een magische toverspreuk herhalend, om deze SP.a-stemmen binnen te halen. In de laatste weken van de verkiezingen werd het communautaire standpunt van de CD&V schijnbaar verzacht, om de partij meer te laten aansluiten bij de dagelijkse bekommernissen van de bevolking. NVA stond toch garant voor de Vlaamsnationale stem binnen het kartel.

Benieuwd hoe die positie zich zal vertalen tijdens de regeringsonderhandelingen. Dreigt er een nieuw Volksuniescenario, of vindt De Wever de kartelpostjes belangrijker dan de Vlaamse glorie? Het wordt wellicht het laatste.

De burgerij, die zich nog steeds op “België” baseert (hoewel ze de regionalisering tactisch gebruikt om sneller tot besparingen te komen), wordt met een toenemend probleem van de bestuurbaarheid van haar systeem geconfronteerd. Regeren zonder de PS in Wallonië lijkt nog steeds moeilijk, hoewel haar positie – ten voordele van Ecolo – werd verzwakt. De liberale MR groeide licht in Wallonië, maar het christen-democratische CDH blijft erg zwak (met zowat 15%).

Benieuwd hoe Leterme op deze basis zijn communautaire programma van splitsing van de arbeidsmarkt en delen van de gezondheidszorg wil realiseren. En dan spreken we nog niet over de vaudeville van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, die door burgerlijke politici langs beide zijden wordt misbruikt om de arbeiders tegen elkaar op te zetten.

Ter linkerzijde werden het natuurlijk ook interessante verkiezingen. Hoe zou het CAP het er bij deze eerste deelname van af brengen? Hoe zou het verder moeten met de uitbouw van een links alternatief na deze verkiezingen?

PVDA+ bouwde op een aantal plaatsen verder op een zekere steun in de gemeenteraadsverkiezingen, maar dit blijft beperkt. CAP probeerde op korte tijd naambekendheid te verwerven, maar had weinig middelen of toegang tot de media. Er werden heel wat nieuwe leden gewonnen in de campagne, velen steunden de campagne met een gift of bezochten de CAP-website, maar tegelijk is het duidelijk dat slechts een minieme fractie van het potentieel werd aangesneden en dat CAP voor bredere lagen nog bijzonder onbekend is.

De beweging tegen het Generatiepact vond geen uitdrukking meer in deze verkiezingen, toch niet ten gunste van de partijen links van SP.a en de Groenen. De vakbondstop is een rem op georganiseerde strijd. De ontgoocheling en het zoeken naar een individuele oplossing die daaruit voortkomen, vertalen zich in een verruilen van de ene neoliberale partij voor een andere.

CAP slaagde er zeker in om een aantal militanten te organiseren, onder meer van binnen de vakbonden, die de basis kunnen leggen voor een bredere partij. Maar in het huidige sociale klimaat van door de vakbondstop georganiseerde nederlagen kan je enkel stap voor stap een bredere aanhang rond jezelf creëren. We zullen moeten zien of CAP erin slaagt om in toekomstige strijdbewegingen wel een bredere laag aan te spreken, en daartoe de noodzakelijke politieke en ideologische samenhang kan creëren.