Podemos: geen meer gematigde benadering, maar radicale breuk met huidige systeem nodig!

Analyse van Podemos en de Spaanse linkerzijde, geschreven voor de verkiezingen van vorig weekend

Monedero naast Iglesias voor de breuk van die eerste met Podemos
Monedero naast Iglesias voor de breuk van die eerste met Podemos

[dropcap]“M[/dropcap]atiging kan Podemos ontwapenen”, schreef de krant El Pais op 14 mei op de voorpagina. Het deed denken aan de herhaaldelijke waarschuwingen die we met Socialismo Revolucionario (onze Spaanse zusterorganisatie) naar voor brachten rond de pragmatische bocht van de leiding, maar het citaat kwam niet van ons. Het kwam uit een interview met Juan Carlos Monedero, een van de leidinggevende figuren binnen Podemos en tot voor kort de rechterhand van Pablio Iglesias. Monedero nam ontslag uit de leiding van Podemos.

Artikel door Danny Byrne

Dit ontslag is een dramatische wending voor de nieuwe linkse formatie die zes maanden geleden nog een niet te stoppen opmars leek te kennen met een leiding die immuun leek voor elke kritiek. Op een ogenblik dat Podemos een zekere electorale stagnatie kent in de peilingen, trekken anderen gelijkaardige conclusies als Monedero en ontstaat er een debat. Dit debat wordt veroorzaakt door moeilijkheden, maar biedt tegelijk een positieve kans voor de linkerzijde in Spanje en daarbuiten om na te gaan hoe we verder vooruit kunnen gaan.

Beperkingen van meer gematigde benadering

In de regionale verkiezingen in Andalusië in maart haalde Podemos 14% van de stemmen en 15 verkozenen. Aan de oppervlakte lijkt dit een fenomenaal resultaat voor een partij die amper een jaar oud is, maar het resultaat werd algemeen gezien als een ontgoocheling. Podemos is als project sterk gebaseerd op het perspectief van steeds sterkere groei waarbij het tweepartijenstelsel van besparingspartijen wordt doorbroken. Het vertrouwen in de bewegingen en de wanhopige drang tot verandering, zorgden voor een breuk met de perceptie dat radicale en linkse politieke formaties nooit meer dan 10 of 15% kunnen halen.

De slogan ‘tick tock, tick tock…’ die tienduizenden riepen op de grote nationale actie van Podemos in januari was een uitdrukking van het perspectief waarmee Podemos miljoenen mensen begeesterde. Het was het idee van een niet te stoppen aftelling naar een overwinning in de komende parlementsverkiezingen waar meteen het monopolie van de twee grote partijen kan doorbroken worden. De explosieve groei van Podemos zorgde ervoor dat de gevestigde partijen en vooral de sociaaldemocratische PSOE in de touwen lagen. Er leken geen grenzen te staan op de electorale groei in de peilingen. Podemos lag consistent voorop in heel wat nationale peilingen.

Tegen die achtergrond is 14% natuurlijk ontgoochelend en Podemos werd sindsdien in de peilingen op de derde plaats gezet na de twee grote partijen. [Dit kwam ook tot uiting in het resultaat van de regionale verkiezingen van vorig weekend]. Het leidde tot publieke spanningen en debat over de strategie en toekomst van Podemos.

De ontgoocheling in de resultaten van Podemos is natuurlijk een overdreven reactie, vanuit het niets naar een volstrekte meerderheid gaan gebeurt zelden in een korte en rechte lijn. Maar er is tegelijk wel nood aan discussie over de koers van de partijleiding. Die zegt zich meer op het centrum te willen richten in plaats van de linkerzijde en er werden inhoudelijke aanpassingen in die richting gedaan.

Ciudadanos

Een belangrijke complicatie voor Podemos is de eveneens snelle en explosieve groei van Ciudadanos, de “partij van de burger”. In sommige peilingen staat Ciudadanos op bijna hetzelfde niveau als Podemos met tot 15%. Ciudadanos komt uit Catalonië waar het zich baseert op een sterke afkeer tegen de Catalaanse onafhankelijkheid. De formatie groeit snel op basis van een verzet tegen corruptie en een roep naar ‘propere handen’ in de politiek.

Ciudadanos werd eerder dit jaar op Spaans niveau gelanceerd waarbij het inspeelde op de vraag naar meer transparantie. Er werd gepleit voor open voorverkiezingen in alle partijen en voor nieuwe jonge gezichten. Dit waren elementen die voorheen vooral met Podemos werden verbonden. Ciudadanos zegt “noch links noch rechts” te zijn, maar is duidelijk een rechtse partij met een afkeer tegen werkenden, vakbonden en migranten. De formatie speelt in op ontgoocheling onder PP-kiezers die positief staan tegenover het Spaanse nationalisme en de rechtse agenda van Ciudadanos. Maar de formatie doet ook Podemos pijn. De retoriek van een ‘nieuwe politiek’, tegen corruptie en een breuk met de oude orde ligt immers niet zo heel ver van wat Pablo Iglesias naar voor brengt.

In ‘La Brecha’, de krant van Socialisme Revolucionario (SR), schreven we in de maand mei: “De stelling dat Podemos het centrum van het politieke toneel moet bezetten, in plaats van een stoutmoedig perspectief van radicale linkse verandering zoals het aanvankelijke programma van Podemos vooropstelde, is een gevaarlijke ontwikkeling. Het lijkt erop dat Pablo Iglesias en co in hun tocht naar het “centrum” op Albert Rivera van Ciudadanos zijn gebotst waarbij ze elkaar bekampen in de strijd om de politiek gewoon te ‘vernieuwen’, los van de vraag of dit links of rechts dient te zijn.”

Podemos en de linkerzijde moeten duidelijk maken dat de enige manier waarop we echt kunnen breken met het “regime van 1978” (het post-Franco regime) meer vereist dan een breuk met corruptie of meer transparantie. Een breuk met dit regime betekent een breuk met het beleid van besparingen en de dictatuur van het kapitaal, wat de basis vormt voor de Spaanse ‘democratie’ op dit moment.

Het is niet uitgesloten dat de leiding van Podemos dit gevaar inziet en een nieuwe bocht naar links neemt. Pablo Iglesias suggereerde een dergelijke koerswijziging na het ontslag van Monedero. Hij publiceerde een artikel waarin hij wel vasthield aan het idee dat Podemos het politieke terrein moet bezetten met een reformistisch programma dat niet langer verdedigd wordt door de sociaaldemocratie, maar waarin hij ook stelt dat er een verschil is tussen centraal staan in de politieke discussie en het politieke centrum opzoeken. Er bestaan daar echter meningsverschillen over binnen de leidinggevende kringen van Podemos. Monedero botste vooral met Inigio Errejon, de centrale nationale organisator van Podemos die de partij nog meer naar het centrum wil brengen. Het debat mag niet beperkt worden tot de leidinggevende kringen van Podemos en de media. Het moet gevoerd worden door de leden en aanhangers van Podemos en dit op grote algemene vergaderingen van de basis.

Van een “breuk” met het systeem tot sociaaldemocratische standpunten

De opkomst van Podemos weerspiegelt een vacuüm dat vooral aan de linkerzijde bestaat. De beweringen van de leiders van Podemos dat ze het centrum willen opzoeken, houdt de kiezers niet tegen om Podemos links van alle andere partijen te situeren (in veel gevallen ook links van Izquierda Unida). Het politieke programma dat aanvankelijk op een “breuk” met het systeem gericht was, werd echter steeds meer aangepast in de richting van een sociaaldemocratische positie. Belangrijke onderdelen van het programma, zoals de niet-betaling van de schulden of een universeel basisinkomen, werden geschrapt. Er wordt nog steeds opgekomen voor belangrijke hervormingen zoals de stopzetting van uithuiszettingen, de garantie van het leveren van water en energie voor behoeftigen of het einde van de besparingen.

Maar zoals Griekenland aantoont, botsen ook dergelijke beperkte hervormingen in de context van de huidige crisis meteen met het kapitalisme en de trojka. De afbetaling van de enorme schulden – er wordt 100 miljoen per dag betaald aan interest alleen! – is een belangrijk obstakel voor de noodzakelijke massale investeringen in publieke werken en een humanitair programma tegen de besparingen en tegen de afbraak van de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking.

Het probleem van moderne sociaaldemocratische programma’s is dat het kapitalisme niet langer een periode van groei kent zoals op het ogenblik dat deze programma’s succesvol doorgevoerd werden met onder meer de opbouw van de welvaartstaat na de Tweede Wereldoorlog in heel wat Noord-Europese landen. Zelfs in die landen waar de sociale zekerheid sterk werd uitgebouwd, zoals in Zweden en Denemarken, is er nu een afbouw met een hard besparingsbeleid.

Het doorvoeren van het volledige programma van Podemos is enkel mogelijk indien de schulden niet afbetaald worden en indien de banken en sleutelsectoren onder democratische controle worden geplaatst. Deze maatregelen zouden de regering van de werkende bevolking toelaten om democratisch te beslissen waarvoor de bestaande middelen worden aangewend. Het zou uiteraard een breuk betekenen met de trojka, de kapitalistische eurozone en de EU. Het zou nodig zijn om de strijd te verbinden met die van de werkenden in Griekenland, Ierland, Portugal, Italië en de rest van Europa om te bouwen aan een nieuwe vrijwillige federatie van socialistische landen in Europa waarbij ook het volledige recht op zelfbeschikking, met inbegrip van afscheiding, bestaat.

Verdeeldheid in IU

Izquierda Unida, Verenigd Links, ken teen crisis. In de meeste grote steden is er verdeeldheid onder de leden. De ‘kritische sector’, de linkerzijde in de partij, is doorgaans onderdeel van de linkse eenheidslijsten in de grote steden. Maar de rechtse bureaucratie houdt vaak vast aan eigen lijsten. De officiële IU-lijsten die opkomen tegen de eenheidslijsten zullen slechte resultaten behalen, wat IU verder ondermijnt. De polarisering in de partij is groot, de twee tegenstrijdige stromingen kunnen onmogelijk lange tijd samen in een zelfde partij blijven bestaan. Er waren al heel wat afsplitsingen en uitsluitingen.

SR neemt deel aan de linkerzijde binnen IU en verdedigt daar de noodzaak van eenheid, maar ook van stoutmoedige acties en opstellingen. Een goed georganiseerde linkerzijde met een radicaal politiek programma en gericht op eenheid van onderuit, is het beste antwoord op diegenen die de partij verder naar beneden trekken en tot de prullenmand van de geschiedenis veroordelen. Er is nood aan een nieuwe kracht, met mensen van binnen en buiten IU, om een programma te ontwikkelen waarmee een echte breuk met het oude regime kan gemaakt worden.

Bij de regionale en lokale verkiezingen verdedigt SR de nood aan een eenheidsfront van de linkerzijde en de sociale bewegingen, met zowel Podemos als militanten van IU naast strijdbare syndicalisten en activisten die ingaan tegen uithuiszettingen, tegen racisme of de vele antibesparingsinitiatieven. Dit is nodig op lokaal, regionaal en nationaal vlak. Dergelijke eenheidsfronten mogen zich niet beperken tot het electorale terrein, maar ze kunnen de alternatieve linkerzijde electoraal wel enorm versterken. Het kan het perspectief dat PP en PSOE niet langer het electorale terrein domineren opnieuw op de agenda zetten.

Door burgemeesterposities en posities in regionale regeringen te winnen, kan links sterker staan om een actief verzet van werkenden en jongeren tegen het besparingsbeleid te mobiliseren. Een programma dat volledig ingaat tegen de besparingen moet breken met de beperkingen die door de centrale regering aan lokale en regionale besturen worden opgelegd. Het betekent de weigering om de door de centrale regering opgelegde besparingen door te voeren. Dit vereist een actieve mobilisatie van onderuit.

Socialisme Revolucionario bouwt zich op als actieve socialistische kracht die voor een dergelijk programma pleit doorheen de linkerzijde, zowel binnen IU als binnen Podemos, maar ook in andere arbeidersorganisaties en sociale bewegingen.