Interview met linkse parlementslid Leung Kwok-hung uit Hong Kong
Democratie, Wereldhandelsorganisatie en de nood aan een arbeiderspartij
Bij de protestacties tegen de Wereldhandelsorganisatie in Hong Kong in december, sprak Laurence Coates met het omstreden parlementslid Leung Kwok-hung, beter gekend als “de langharige”, die als onafhankelijke socialist werd verkozen in de Wetgevende Raad (Legco), het pseudo-parlement van Hong Kong. Ook in de Belgische media was er destijds heel wat aandacht voor de verkiezingscampagne van Leung Kwok-hung.
Laurence Coates
Leung Kwok-hung droeg bij het interview zijn klassieke T-shirt van Che Guevara. Hij speelde een belangrijke rol bij de acties tegen de top van de Wereldhandelsorganisatie in Hong Kong tussen 11 en 18 december 2005. Toen de regering op 17 december repressief optrad tegen een betoging (daarbij werd traangas gebruikt en werden rubberkogels afgevuurd), nam het parlementslid deel aan een zitstaking van de Koreaanse betogers. Hij was één van de 900 betogers die werden opgepakt. Drie dagen later was hij één van de oppositieleden die er in slaagde om de ondemocratische kieshervorming van Donald Tsang weg te stemmen in het lokale parlement. Dat was een belangrijke nederlaag voor de lokale regering van Tsang en voor de centrale regering in Peking.
LC: Jij was één van de 900 gearresteerden bij de acties en speelde een belangrijke rol bij de acties. Waarom vond je het protest tegen de Wereldhandelsorganisatie zo belangrijk?
LKH: Het is een strijd van de arbeiders en boeren in heel de wereld. Aangezien de Chinese arbeiders en boeren geen toelating kregen om naar Hong Kong te komen voor de protestacties, zag ik het als mijn taak als socialist en vertegenwoordiger van de Chinese jongeren in Hong Kong om in hun naam mijn stem naar voor te brengen.
LC: Je werd niet enkel opgepakt, maar je kreeg ook te maken met traangas en pepperspray van de politie. Waarom waren de regering en de politie zo vastberaden om repressief op te treden, in het bijzonder tegen de Koreaanse betogers?
LKH: Eerst en vooral wilden ze aan de zakenwereld tonen dat de regering van Hong Kong in staat is om de orde te handhaven. Daarnaast wilde ze aan de centrale Chinese regering en de Chinese Communistische Partij aantonen dat ze bereid is om hard op te treden tegen iedere ‘ordeverstoring’.
LC: Veertien betogers worden bedreigd met een gerechtelijke vervolging (sinds dit interview zijn er reeds 11 vrijgesproken). Wat is het ergste dat hen kan overkomen?
LKH: In het ergste geval dreigt een gevangenisstraf van drie jaar. We zullen zien wat er juist zal gebeuren, maar het zou me verbazen als ze een gevangenisstraf krijgen. De politie wil de rechtzaken gebruiken als een politieke oefening, niet om effectief te veroordelen. Het proces zal dienen om de lokale bevolking te overtuigen dat er sprake was van “rellen” en dat een repressief optreden daartegen noodzakelijk was. De gebruikte wetgeving is niet nieuw, ik werd er ook reeds drie keer voor vervolgd en zat een maand in de gevangenis in 1979 [onder Britse heerschappij over Hong Kong].
LC: Een ander belangrijk thema dat de afgelopen weken in het nieuws kwam, was de discussie rond vrije verkiezingen. Op 4 december betoogden een kwart miljoen mensen om vrije verkiezingen te eisen. Hoe denk je dat deze kwestie zal worden aangepakt door het regime?
LKH: Het Chinese regime zal niet gemakkelijk toegeven, ook al hebben ze de belofte gedaan dat er ergens in de toekomst algemene verkiezingen zouden kunnen komen. Ze willen geen echte parlementaire democratie in Hong Kong, maar ze willen ook geen al te grote protestacties omdat dit een impact zou hebben op het Chinese binnenland.
Tegelijk kunnen ze niet te hard zijn. Ze moeten ook rekening houden met de situatie in Taiwan. Als het Chinese regime te hard optreedt in Hong Kong, is het mogelijk dat de Taiwanezen hun vertrouwen in de Chinezen verliezen. Ze hebben Hong Kong bovendien nodig als internationaal financieel centrum. Daarom kunnen ze niet al te repressief optreden tegen de oppositie van het zogenaamde democratische kamp. Het is zoals een hondengevecht, omdat Peking de oppositie niet kan verslaan, maar anderzijds de bevolking van Hong Kong ook niet kan overtuigen om zo lang te wachten op democratie.
Het uiteenbarsten van de economische zeepbel in Hong Kong [eind jaren 1990] had een effect op de radicalisatie onder jongeren en werklozen. De regering moet besparen in haar begroting en gaat over tot het beperken of het privatiseren van openbare diensten om zo de economische doelstellingen te bereiken. Dat betekent dat de confrontatie intenser zal worden en het falen van de regering zal nog duidelijker worden. Enerzijds hebben de leiders van het democratische kamp niet de bedoeling om de regering in Hong Kong te ondermijnen, maar de golf van spontane radicalisatie zal hen daartoe dwingen. Ze kunnen ofwel naar de massa’s gaan en meer mensen recruteren voor campagnes, of ze kunnen in hun luie zetel zitten wachten op democratie. De meesten van hen – je kan hen ‘liberale democraten’ noemen – kunnen zo’n confrontatie niet aan. Dat is het probleem van de democratische beweging in Hong Kong.
LC: Economisch staan ze naar verluidt erg rechts?
LKH: Ja. Ze steunen de meeste privatiseringen. Ze steunen het idee van de “vrije markt’. Een aantal van hen steunen hervormingen zoals de invoering van een minimumloon, maar dat gebeurt niet van harte, ze praten er enkel over in het parlement. Ze bevinden zich eigenlijk in een erg moeilijke situatie, ze worden langs twee kanten belegerd. Ze proberen de elite te overtuigen dat meer democratie geen nadelige gevolgen zal hebben. Maar anderzijds staan ze onder de groeiende druk van de basis voor meer hervormingen en een rechtvaardiger samenleving. Dat is waarom hun leiding in een erg zwakke positie terechtkomt op dit ogenblik. Het enige dat ze zeggen is “democratie, democratie”, maar ze proberen zelfs niet na te gaan wat de dynamiek van de democratische beweging in Hong Kong is.
LC: Wat is de betekenis van de zogenaamde agenda voor vrije verkiezingen?
LKH: De agenda of het routeplan is een taktiek. Het heeft geen echte inhoudelijke betekenis aangezien de parlementsleden geen enkele macht hebben inzake de wetgeving voor de hervorming van Hong Kong. Als zij zeggen ‘OK, we voeren democratie door in 2017’, dan zullen ze hun voorstellen moeten verduidelijken. De sociale en economische dynamiek zal hen tot acties dwingen. Eens de bevolking weet dat er verkiezingen zullen zijn in 2017, zal de bevolking nagaan wie er aan de verkiezingen zal deelnemen en wie wat zal doen als ze verkozen worden. Nu kunnen de parlementsleden alle verantwoordelijkheid op de regering afschuiven. Ze zeggen dat ze wel proberen, maar dat de regering weigert.
LC: 2017 klinkt nogal absurd als datum, het is nog 12 jaar eer er verkiezingen zouden zijn. Zullen de leiders van het democratische kamp dat zomaar aanvaarden? Zal er geen druk zijn om te gaan voor een vroegere datum?
LKH: “Het doet er niet toe of ze het al dan niet aanvaarden. Als ze niet bereid zijn om de bevolking van Hong Kong te mobiliseren in de strijd voor democratie, of als ze geen enkele intentie hebben om naar de arbeidersklasse te gaan, naar de basis, in de strijd voor democratie om sociale hervormingen door te voeren, waar ligt dan de sterkte van die democraten?
LC: Er worden nieuwe partijen opgericht. De voormalige staatssecretaris Anson Chan wordt genoemd als mogelijke opvolger van Tsang.
LKH: Het is nogal ingewikkeld. Het CCP-regime controleert het volledige proces en is erg betrokken bij de interne fractiestrijd tussen verschillende vleugels van het regime. Er heerst een hevige strijd binnen het regime. Het probleem van Taiwan speelt daar een belangrijke rol in. Ik denk dat de regering-Bush in de VS hard uitkijkt naar Taiwan waar de DPP [Progressief Democratische Partij] wellicht de verkiezingen van 2008 zal verliezen waardoor er een nieuwe partner voor de VS nodig is. Dit maakt dat de VS meer druk zal uitoefenen in Hong Kong [om de agenda van het Chinese regime te ondermijnen] en het conflict tussen de VS en het CCP-regime zal vrij gespannen zijn. 2008 zal een beslissend jaar zijn in de Chinese politiek. De Olympische Spelen worden dan in Peking gehouden, wat een goede timing is voor de DPP in Taiwan om iets te doen rond de kwestie van onafhankelijkheid. Dat is hun laatste strohalm, zoniet verliezen ze de verkiezingen.
Dit zijn allemaal elementen die de leiding van de pro-democratische beweging in Hong Kong verzwakken. Maar de Chinese regering weet niet hoe ze ermee moet omspringen, ze slaagt er immers niet in om de oppositie volledig neer te slaan. De rijke patroons in Hong Kong zullen hier voordeel uithalen, want de arbeiders hebben geen eigen politieke vertegenwoordiging. Ze dachten dat de “democraten” voor hen zouden opkomen, maar dit gebeurt niet en het zal ook niet gebeuren. Hun ideeën waren rechts en bijgevolg kunnen ze geen politieke kracht vormen die de strijd kan leiden tegen het besparingsbeleid. In de huidige situatie zullen de “democraten” de krijgsgevangenen van de regering en het centrale Chinese regime worden.
LC: De DPP in Taiwan voert ook een besparingsbeleid waarbij wordt geprivatiseerd…
LKH: “Het kan teruggebracht worden tot een basisidee van Trotski, de permanente revolutie. Hoe kan een heersende klasse – de burgerij – tegen haar eigen belangen ingaan door steun te verlenen aan het doorvoeren van democratie? Dat is nonsens! Zeker nu China de fabriek van de wereld wordt. Heel wat patroons uit Hong Kong hebben geïnvesteerd in het Chinese binnenland en heel wat ‘rood kapitaal’ uit China is naar Hong Kong gekomen. Ze moeten dus wel samenwerken. Daarom hebben ze een zelfde retoriek en een zelfde gedachtengang.
Tien jaar geleden was de situatie anders. Op dat ogenblik was de burgerij in Hong Kong bezorgd over wat er zou gebeuren als de Chinese Communistische Partij de macht zou overnemen in Hong Kong. Maar nu dat gebeurd is, staan ze aan dezelfde kant. Ze vormen een alliantie en ze hebben zijn de gemeenschappelijke vijand geworden van de bevolking van Hong Kong. Het liberale democratische kamp heeft geen ideeën of alternatieven. Ze zeggen enkel dat China moet worden gerustgelaten worden, dat er autonomie moet zijn in Hong Kong dat een belangrijk financieel centrum is. In de praktijk werken ze even goed samen met het Chinese regime.
Dat is de reden waarom de democratische beweging steun zal verliezen, tenzij er een nieuwe kracht ontwikkelt. Tot nu toe zagen we nog geen onafhankelijke mobilisatie van de arbeidersklasse. Die volgt de leiding van de democraten. Dat is de reden waarom heel wat mensen mij vragen: “Waarom richt je niet iets op zoals de sociaal-democraten?”. De sociaal-democratie is natuurlijk een achterhaalde stroming, maar door de desintegratie en de politieke zwakte van de arbeidersklasse in Hong Kong moeten we die vraag van veel mensen wel ernstig nemen.
LC: Je bent betrokken bij discussies rond het opzetten van een nieuwe partij?
LKH: Ja, ik zal dat doen, maar ik weet niet als dit iets op korte termijn zal zijn. Ik moet uitleggen wat de sociaal-democratie betekende. Ik zie het eerder als een overgangsprogramma. Als trotskisten hebben we ons al 100 jaar verzet tegen de sociaal-democratie, vanaf Duitsland [de goedkeuring van de oorlog door de sociaal-democratie in 1914] en nu lijkt het erop dat we een stap achteruit moeten zetten met de term “sociaal-democratie”.
LC: Je bedoelt de vorming van een brede arbeiderspartij rond basisthema’s die in een eerste fase geen duidelijk revolutionaire programma heeft?
LKH: Ik zie het als een paradox. We willen een revolutionaire partij van de voorhoede uitbouwen, maar waar is de basis ervoor? Als er zelfs geen stukje arbeidersbeweging is, waar begin je dan? Er is nood aan een massabeweging, dat is een eerste stap. En dan kunnen we de vraag naar voor brengen wat we zullen doen. In Europa waren er de vakbonden en de sociaal-democratische partijen, een kleine groep kon in die kringen haar steun uitbouwen. Maar in Hong Kong was dit niet aanwezig. China is anders, er zijn veel tegenstellingen. Er zijn meer mogelijkheden om iets te ontwikkelen in China zelf.
De politieke zwakte van de arbeidersbeweging in Hong Kong is het resultaat van verschillende zaken: de geschiedenis van kolonisatie, de economische opgang, de controle van de CCP op de grootste vakbond. Er was geen onafhankelijke beweging. Ik wil met jou en met iedereen rond mij discussiëren of dit een goede taktiek is en over wat de volgende stap moet zijn.
LC: Ik vind de naam maar niets. “Sociaal-democraat” is een term voor Blair, Schröder en dergelijke. Maar het idee van een bredere arbeiderspartij is volgens mij een correcte stap. Het zou beter zijn om eerder een term als ‘democratisch socialisme’ te gebruiken.
LKH: Je kan het noemen zoals je wil. De centrale vraag zal die naar het actieprogramma zijn, de inhoud mag niet verkeerd zijn. En er zal contact moeten zijn met de basis.
LC: Hoe zie je tenslotte je eigen rol? Je komt veel in de media, hoe probeer je deze positie te gebruiken? Je noemde het parlement een theehuis, een praatbarak.
LKH: Het is een mengeling van een praatbarak en een stempel! Je praat over vanalles en nog wat en dan wordt er gestemd… bam! [hij maakt een gebaar alsof een stempel op een paspoort wordt gezet]. Het is erger dan een theehuis! Over mijn rol moet ik nadenken. Ik ben geen leidersfiguur. Ik ben eerder een activist. Om een partij op te bouwen zal er een team nodig zijn. Ik heb nood aan theoretici. Heel wat jongeren zijn heel goed, maar je moet hen kunnen overtuigen. Je moet met hen werken en een overgangsprogramma aanbieden. Doorheen hun eigen ervaringen begrijpen ze dan waarvoor we opkomen. We moeten alle goede elementen voor de klassenstrijd samenbrengen.
Zoals ik eerder stelde, kan je de radicalisatie van de massa’s en zeker van de jongeren goed aanvoelen. Al wie genoeg heeft van het rechtse beleid zal aansluiten bij deze nieuwe partij. Ik ben daar vrij zeker van. Het probleem zal niet zozeer bij de recrutering liggen, maar wel hoe we hen een vorming kunnen aanbieden? Hoe kunnen we gebruik maken van een nieuwe partij? We kunnen een partij opbouwen met een massale campagne, zoniet zal het initiatief snel verwateren en zullen er veel vragen zijn rond het falen van de nieuwe partij. We hebben een kans om een partij op te bouwen doorheen een massabeweging en het zal iets zijn als een arbeiderspartij. Ik heb geen ervaring met zo’n partij in Hong Kong, maar ik weet wel dat deze mensen in alle richtingen uiteen zullen gaan als ik hen niet verenig.