Zomerschool. Discussie over de VS

De Amerikaanse presidentsverkiezingen vinden plaats in een context van economische en sociale crisis. De Occupy-beweging toonde hoeveel ongenoegen en woede er in de Amerikaanse samenleving is alsook het potentieel voor de linkerzijde. Uiteraard proberen ook de rechtse reactionairen in het offensief te gaan, onder meer met de Tea Party. De uitdieping van de crisis leidt tot reactionair racisme en bedreigt ook onder meer de rechten van vrouwen.

Verslag van de discussie op onze zomerschool

Langs de kant van de gewone werkenden ziet het er niet goed uit. De werkloosheid bereikt nieuwe records. Met de werklozen en diegenen in erg onzekere omstandigheden zitten we al snel aan ongeveer 20% van de bevolking. Het gaat om schattingen, exacte cijfers zijn er niet. De massale structurele werkloosheid is aan het toenemen. De armoede neemt eveneens toe. Nieuwe jobs zijn doorgaans slecht betaald en erg onzeker. Maar liefst 46 miljoen mensen, of 15% van de bevolking, leeft onder de officiële armoedegrens. Dat is een stijging met drie miljoen mensen sinds 2009 en een toename van zeven miljoen sinds 2008! De helft van de Amerikanen flirt met de armoedegrens. Vooral de Afro-Amerikanen worden geraakt door de crisis, 26% van hen leeft in armoede (onder vrouwen is dat 34%). Ondertussen zijn de 1% rijksten goed voor 93% van de geproduceerde rijkdom in 2010. De grote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel voordeel gehaald uit de beperkte heropleving van de economie.

Het is tegen deze achtergrond dat de strijdbewegingen van 2011 zich ontwikkelden. Dat bleek een erg scharnierpunt te zijn voor de sociale geschiedenis van de VS. Met Occupy Wall Street werd het politieke debat terug op de sociale realiteit gericht. Voorheen probeerden de media die realiteit te ontkennen en ging alle aandacht naar de rechtse populisten van de Tea Party die werden gezien als de enige uitdrukking van woede tegenover Wall Street en het establishment. In 2011 werd die beweging aan de kant geschoven door een andere meer fundamentele beweging die op een actieve wijze inging tegen bankiers en speculanten en dit op een klassenbasis.

Toen de Republikeinen in 2010 het Congres veroverden, dachten sommigen dat we door een lange en donkere tunnel zouden gaan. Er werd gezegd dat de werkenden passief waren en dat het conservatieve discours algemene steun genoot. Socialist Alternative stelde dat dit niet het enige proces was en dat de stem voor de republikeinen een uitdrukking was van een ongenoegen tegenover de regering van Obama en niet zozeer een stem voor het programma van de Republikeinen. De ‘linkerzijde’ in de VS heeft vaak een arrogante houding tegenover bredere lagen die worden verweten dat ze Obama hebben gesteund. Bij de laatste parlementsverkiezingen ging een groot aandeel aanhangers van Obama gewoon niet stemmen. De Republikeinse olifant maakt zich op om regelrecht tegen een muur te lopen.

Toen Scott Walker, de Republikeinse gouverneur van Wisconsin die de steun van de Tea Party geniet, zijn asociale plannen van aanvallen op de syndicale rechten bekend maakte, leidde dit meteen tot een beweging. Wij kwamen daarin tussen met de eis van een algemene staking in de publieke sector, een eis die erg veel steun genoot op de acties en voordien al was opgenomen in een strijd van het onderwijspersoneel in de regio. Onze invloed op de beweging was veel groter dan ons aantal zou laten vermoeden. Dat kwam door onze benadering, perspectieven en analyses alsook door onze snelle tussenkomsten. De beweging had een enorm potentieel, maar botste op de vakbondsleiders die banden hebben met de Democraten en die er alles aan deden om de beweging af te remmen. De strijd is uiteindelijk op een nederlaag uitgedraaid omwille van de beslissing van de vakbondsleiders om de leiding over te dragen aan de Democratische partij.

Wisconsin was slechts een voorloper van een veel breder politiek ontwaken van de jongeren en een radicalisering onder de werkenden. Toen de Occupybeweging in de herfst van 2011 een opgang kende, bleek de enorme steun onder de bevolking voor deze beweging. Er waren betogingen met tienduizenden aanwezigen. In januari steunde de meerderheid van de Amerikaanse bevolking de Occupybeweging. Deze steun bleek toen er een poging tot repressie was tegen de beweging. Velen begrijpen dat er nood is aan verandering en dat verandering mogelijk is. Maar de vraag blijft: wat is het alternatief en hoe kunnen we dat bereiken? Dat leidt tot fundamentele discussies over het kapitalisme. Wij moeten de beweging mee helpen opbouwen en versterken, maar tegelijk bouwen we ook aan onze eigen specifieke krachten om een breder perspectief aan te bieden.

Toen Obama werd verkozen, was er een groot enthousiasme over wat een Democratische regering zou betekenen. Er waren heel wat illusies over mogelijkheden van verandering op basis van verkiezingen. Ondertussen hebben de tegenstellingen van het kapitalisme die illusies doorprikt. In 2008 kreeg de campagne van Obama al heel wat steun van grote bedrijven, maar er waren ook veel kleine giften van gewone mensen. Die steun neemt nu af, wellicht zal Romney meer kleine giften ophalen dan Obama.

De presidentscampagne zal gepaard gaan met de hoogste financiële bedragen ooit. Wie het meeste geld heeft wint. Dat was ook het geval voor Scott Walker in de procedure voor zijn afzetting. Hij won het referendum omdat hij 70 keer meer financiële middelen had dan zijn Democratische tegenkandidaat. Het ongenoegen hierover neemt toe. Er komt steeds meer kritiek op het Amerikaanse electorale stelsel.

Het establishment weet soms niet goed hoe ze de situatie moet aanpakken en bovendien zijn er sterke interne verdeeldheden. Er is een sterk verspreide corruptie en de belangen tussen de toppolitici en de grote bedrijven zijn sterk met elkaar verbonden. De woede daartegenover neemt toe, steeds meer mensen hebben kritiek op het parlement.

De Occupybeweging gaf de mogelijkheid aan de linkerzijde om eindelijk in te gaan tegen het tweepartijenstelsel. Waar mogelijk pleiten wij voor kandidaten naast en tegen die van de gevestigde partijen. Er zijn onder aanhangers van Occupy echter ook twee andere stromingen: diegenen die voor het ‘minste kwaad’ gaan en diegenen die niets met de verkiezingen te maken willen hebben. Een aantal Democraten proberen gebruik te maken van de beweging om zich te profileren als onderdeel van de “99%”, terwijl ze evenzeer voor de belastingverlagingen voor de rijken stemden onder Bush.

Obama is de president die het grootste aantal illegale vluchtelingen het land heeft uitgezet, twee keer zoveel als onder Bush. Obama staat voor een neoliberaal beleid, maar probeert dat te overgieten met een ‘sociaal’ sausje. Hij zou Romney gemakkelijk kunnen bekritiseren omwille van zijn asociale programma en zijn fortuin, maar dat zou als een boemerang terug bij Obama kunnen terechtkomen. Langs Republikeinse kant is er weinig enthousiasme voor Romney, maar de andere kandidaten waren nog erger. Er was een oorlog in de Republikeinse partij omdat het grootkapitaal de controle was verloren. De Republikeinse partij is niet langer het uitgesproken instrument van de burgerij, maar tegelijk krijgt Romney wel uitdrukkelijk de steun van Wall Street.

De strijd van Wisconsin was een belangrijke waarschuwing voor alle gevestigde politici maar ook voor de werkenden. De Democratische tegenkandidaat voor Walker heeft zich niet verzet tegen het asociale beleid van Walker en diens aanvallen op de vakbonden. De Democraat beperkte zich tot de stelling dat hij minder besparingen wilde en minder aanvallen op de vakbonden. Walker heeft het gehaald. Op een bepaald ogenblik waren er 125.000 betogers tegen Walker, maar toch haalde hij nu meer stemmen dan bij de vorige verkiezingen. De Democraten dachten dat ze het zouden halen met de minst radicale kandidaat die ze hadden, diegene die eerder al had verloren van Walker. Deze kandidaat zat in het campagneteam van John Kerry en is burgemeester van Milwaukee. Het belangrijkste argument om voor deze Democraat te stemmen, was dat hij niet Walker was. De Democraten waren amper actief in de campagne, terwijl de Republikeinen er een nationale zaak van maakten. Walker kreeg vijf keer zoveel media-aandacht als zijn tegenstrever. Het uiteindelijke resultaat is geen uitdrukking van een bocht naar rechts onder de bevolking. Verschillende peilingen geven aan dat een meerderheid voorstander is van meer belastingen voor de rijken, gratis onderwijs,… Maar het resultaat in Wisconsin is wel degelijk een nederlaag en het leidt tot enige demoralisatie onder activisten.

Hoe verder met de Occupybeweging?

Het is niet waarschijnlijk dat er voor de verkiezingen nieuwe massabewegingen ontwikkelen. Maar de meest geradicaliseerde laag zal niet zomaar stoppen met acties. 2013 zal een jaar van strijd worden in de VS. De ideologische verwarring zal doorheen de praktische ervaringen verminderen. De benadering in Oakland en andere regio’s was van groot belang: daar zocht en vond Occupy aansluiting bij de arbeidersbeweging. Aanvankelijk vond Occupy grotendeels naast de vakbonden plaats en was er zelfs een zekere vijandigheid omdat een amalgaam werd gemaakt van basis en leiding. Op een aantal plaatsen is dat doorbroken.

Occupy riep overal op tot een algemene staking op 1 mei. Er kwam geen algemene staking, maar in een aantal plaatsen werd de oproep goed opgevolgd. Er werd een enorme kans gemist om er een groter succes van te maken, maar dat betekent niet dat de beweging nu heeft afgedaan. Uit een peiling blijkt dat 66% van de bevolking meent dat de kloof tussen rijk en arm de belangrijkste tegenstelling in de samenleving vormt. Er is nog geen duidelijk klassenbewustzijn, maar de woede neemt zeker toe. 49% van de jongeren heeft een positief beeld over socialisme, zelfs indien het niet duidelijk is wat ze daarmee bedoelen. Slechts 43% staat positiever tegenover kapitalisme.

De Occupybeweging geeft aan hoe snel het bewustzijn kan ontwikkelen. Vandaag staan we veel verder dan voor Occupy. Er is een grote woede en dit kan leiden tot een zekere steun voor een links populisme, net zoals dit eerder in de Amerikaanse geschiedenis gebeurde zoals toen Eugene Debs met de Socialist Party goede electorale scores behaalde.

Tijdens onze tussenkomsten in de Occupybeweging gebeurde het meermaals dat groepjes jongeren en werkenden zich rond onze stand verzamelden om meer te weten over socialisme. In Minneapolis stonden we mee vooraan in de acties van OccupyHomes tegen pogingen om mensen uit hun huis te zetten. Op 21 juni waren er in 18 steden solidariteitsbetogingen met OccupyHomes. Op vijf dagen tijd werden 200.000 handtekeningen opgehaald om te protesteren. De beweging in Minneapolis toont meteen ook de hypocrisie van de lokale machthebbers van de Democratische partij. De campagne heeft al verschillende pogingen om mensen uit hun huis te zetten effectief tegen gehouden.

Wat met de volgende verkiezingen?

Jill Stein is de kandidaat van de Groene Partij (een partij die sterk verschilt van de Europese groene partijen) en zal wellicht de meeste proteststemmen achter zich krijgen. Stein staat bekend als een linkse activiste die voorstander is van gratis gezondheidszorg voor iedereen en ze geniet de steun voor een aanzienlijk deel van de arbeidersklasse in haar staat. Op nationaal vlak staat de campagne van Stein er nog zwak voor, maar deze campagne biedt mogelijkheden om tegen het tweepartijenstelsel in te gaan. Wij gebruiken de slogan ‘Wall Street heeft twee partijen, wij hebben er zelf ook een nodig’. Met die slogan voeren we ook campagne om voor Jill Stein te stemmen, het maakt de propaganda voor een nieuwe partij wat concreter.

Uiteraard is Jill Stein geen revolutionaire socialiste, ze is een eerlijke linkse reformiste uit de linkerzijde van de Groene partij in de VS. We kunnen samenwerken zolang onze politieke onafhankelijk is gegarandeerd en zolang we ook op tekortkomingen of zwaktes kunnen wijzen. Een groot aantal activisten van Occupy richten zich nu tot de Groene partij. Dat kan stilaan de basis leggen voor een nieuwe arbeiderspartij. De discussie over een politiek alternatief zal steeds hoger op de agenda komen. Socialist Alternative wil een actieve rol spelen in deze discussie.