De besparingslawine stoppen voor ze alles verwoest!
Na 530 dagen onderhandelen, werd een akkoord gesloten over de besparingsbegroting die de regering onder leiding van Di Rupo zal voeren. De PS en in mindere mate ook de SP.a stellen dit voor als een begroting waarmee erger werd vermeden. Maar als deze besparingslawine op gang wordt getrokken, weten we meteen dat het hier niet bij zal blijven: het zal enkel maar erger worden.
Zwaksten eerst getroffen
De maatregelen zullen in de eerste plaats de zwaksten treffen: jongeren die op de arbeidsmarkt komen, oudere werknemers die op brugpensioen willen, werklozen, vrouwen,… Het is echter duidelijk dat dit maar een eerste stap is. Na de zwaksten volgen de iets sterkeren wiens positie nu al wordt ondermijnd door de zwaksten aan te pakken. Als jongeren straks verplicht worden om gelijk welke slecht betaalde flexibele job in een straal van 60 kilometer rond hun woonplaats te aanvaarden, dan zal dit alle lonen en arbeidsvoorwaarden ondermijnen.
Nog voor de regering de huidige plannen heeft ingevoerd, wordt door de meest ongeduldige besparingspartijen al aangedrongen op een volgende stap: de indexering van de lonen. Het afbouwen van de aanpassing van de lonen aan de stijgende prijzen zou leiden tot een regelrechte afname van de levensstandaard van de werkenden. Dat kan voor de liberalen (zowel van Open VLD als van N-VA) niet snel genoeg gebeuren. De Croo junior mocht van zijn coalitiegenoten in de komende regering ongestoord verklaren dat een herziening van de index op tafel zal liggen.
De arbeidersbeweging moet voorbereid zijn: een keten is maar zo sterk als haar zwakste schakel. Als de besparingsregering erin slaagt om de werklozen, jongeren en ouderen te breken, dan kunnen ze ons allemaal raken. Als we een aanval op onze lonen en arbeidsvoorwaarden willen tegenhouden, dan moeten we nu in actie gaan tegen de aanvallen op de wachtuitkeringen, werklozen, brugpensioenen,…
Jongeren en werklozen onder vuur
Het ziet er niet naar uit dat er snel een nieuwe economische heropleving komt. Alle economen gaan uit van hoogstens een minimale groei die eigenlijk op een stagnatie neerkomt. Dit betekent dat het voor jongeren die net afstuderen of de school verlaten niet gemakkelijk is om aan werk te geraken. De regering wil meteen de toon zetten bij deze groep. De wachttijd vooraleer een jongere recht heeft op een werkloosheidsuitkering gaat van 9 naar 12 maanden waarbij de jongere om de vier maanden moet aantonen dat hij/zij voldoende naar werk zoekt. Zoniet verliest de jongere de beperkte wachtuitkering.
Het is duidelijk dat de strikte en repressieve benadering van jongeren zonder werk nadien ook zal doorgetrokken worden naar andere werklozen. Jongeren en al wie geen werk heeft, zullen verplicht gelijk welke job moeten aanvaarden. Dit is een stap in de richting van het Duitse model waar er tal van onderbetaalde jobs bestaan en waar lonen van 4 of 5 euro bruto per uur geen uitzondering meer zijn. Het creëren van een lageloonsector, is wat de gevestigde partijen onder “structurele hervormingen” verstaan.
Voor werklozen wordt de uitkering vanaf 2013 gedurende de eerste drie maanden licht opgetrokken, maar na het eerste jaar gaat de uitkering snel omlaag. Vanaf het derde jaar werkloosheid neemt de uitkering om de drie maanden af tot aan een bepaald minimaal forfait (dat niet boven de armoedegrens zal uitkomen). Eerder wees professor Bea Cantillon er al op dat de armoede bij werkloze gezinnen de afgelopen jaren is toegenomen van 39 naar 48%. De helft van de werkloze gezinnen zijn nog niet arm en dus is er daar nog marge voor verslechtering, lijkt de redenering van de onderhandelende partijen te zijn.
Ouderen onder vuur
De eerdere suggestie van het ontwerp van IPA om de portefeuille voor de welvaartvastheid van de uitkeringen niet volledig te gebruiken, werd gretig overgenomen door de onderhandelende partijen. De voorziene enveloppe zal maar voor 60% worden gebruikt.
Daarnaast worden de brugpensioenen en vervroegde pensioenen aangepakt. De voorwaarden worden nog strikter met een hervorming die nog een pak verder gaat dan het Generatiepact. Brugpensioen zal pas op 60 jaar kunnen na een loopbaan van 40 jaar, een brugpensioen op basis van CAO 17 kan vanaf 2015 vanaf 62 jaar (in de plaats van 60) na een loopbaan van 40 jaar (in de plaats van 35 jaar en voor vrouwen 28 jaar met een overgangsfase om tot 35 jaar te komen).
Voor bedrijven in moeilijkheden wordt de minimale leeftijd opgetrokken tot eerst 52 jaar en daarna tot 55 jaar. Er werd uitdrukkelijk overeengekomen dat de regeling van 52 jaar nog van toepassing zou zijn op de arbeiders van ArcelorMittal. De onderhandelende partijen gaan ervan uit dat de sluiting van de warme fase definitief is en hebben blijkbaar geen goed oog op de toekomst van de koude fase. Wie dacht dat een regering geleid door een premier van de PS de tewerkstelling zou redden door de staalproductie te nationaliseren, komt bedrogen uit.
Dienstverlening onder vuur
Er wordt voorgesteld om fors te snoeien in onder meer de gezondheidszorg waar de groeinorm wordt verlaagd waardoor uiteindelijk de patiënten zullen moeten opdraaien voor de stijgende kosten en waardoor de dienstverlening zal worden afgebouwd. Het is een illusie te denken dat 2,3 miljard euro kan bespaard worden op gezondheidszorg zonder dat dit pijn zal doen.
Ook elders wordt hard bespaard. Zo zou de NMBS meer dan 10% van de overheidsdotatie moeten inleveren. Volgend jaar wordt 263 miljoen euro bespaard, maar dat bedrag loopt tegen 2014 verder op tot meer dan 300 miljoen. De directie is al maandenlang een aanval aan het inzetten en dit op alle terreinen. Het resultaat: minder dienstverlening die bovendien meer kost en minder stipt is.
Volgende doelwit: de index?
De werkgevers reageerden positief op het begrotingsakkoord. Het VBO noemde het “een stap in de goede richting”. Maar er wordt meteen aan toegevoegd dat het spijtig is dat de index ongemoeid wordt gelaten. Karel Van Eetvelt van Unizo voegt er aan toe dat eerst dit akkoord moet worden uitgevoerd en daarna “een grondige bijsturing noodzakelijk is om de competitiviteit van onze bedrijven terug op peil te brengen.” Om dat te bereiken doet Unizo meteen een oproep om de sociale rust te bewaren. Anders gezegd: we moeten deze besparingen stilzwijgend slikken omdat het dan gemakkelijker is om nog meer te besparen.
Unizo beweert de belangen van de middenklasse te verdedigen. De definitie van middenklasse is twijfelachtig: als het hen uitkomt om bijvoorbeeld het vakbondsprotest aan te vallen, behoren we allemaal tot de middenklasse. Maar als het op onze lonen aankomt, geldt dit plots niet meer. Unizo roept om meer besparingen en het ondermijnen van de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking. Beseft Unizo dan niet dat dit de positie van de kleine ondernemers zal ondermijnen? Zij zijn voor een groot deel afhankelijk van de lokale afzetmarkt, het afbreken van de koopkracht zal de KMO’s bijzonder hard treffen. Zij zouden eigenlijk de vakbondsstrijd voor het behoud van de koopkracht moeten ondersteunen!
De liberale oppositie van Bart De Wever en zijn N-VA spreken over twee derden extra belastingen en onvoldoende besparingen. Waar haalt N-VA dat cijfer vandaan? Enkel indien pakweg de strijd tegen fiscale fraude wordt gezien als een extra belasting, is het mogelijk om boven de 50% te geraken. Blijkbaar is fraude voor de rijken toegelaten als het van N-VA afhangt, maar moeten de armen zonder enig mededogen verder de dieperik in worden geduwd. Ook heeft N-VA er blijkbaar een probleem mee dat Electrabel een beperkte nucleaire taks zou moeten betalen of dat speculanten moeten betalen. De Wever maakt duidelijk wie hij verdedigt: niet de Vlaamse werklozen, niet de Vlaamse oudere werkenden die zich krom gewerkt hebben, niet de koopkracht van de hardwerkende Vlaming. Neen, De Wever verdedigt de aandeelhouders van GDF Suez, de bankiers, de speculanten, de multinationals die amper belastingen betalen dankzij onder meer de notionele intrestaftrek,…
Actieplan nodig
Tegenover de besparingslawine die nu op gang wordt getrokken, is verzet noodzakelijk. De vakbondsbetoging van 2 december is een goede eerste aanzet. Als de huidige besparingsplannen erdoor geraken, zullen er enkel nog meer besparingen volgen. Eerst worden de zwaksten aangepakt, vervolgens komen alle werkenden aan de beurt. Dat is wat we eerder ook zagen in Griekenland, Spanje, Italië, Portugal,… We moeten de besparingslawine stoppen voordat deze zo groot wordt dat de verwoestingen onstopbaar worden.
De betoging van 2 december is een goede aanzet en kan aangegrepen worden om nadien een stap verder te gaan. Nico Cué van de Franstalige metaalbond van het ABVV wees op de mogelijkheid van een actieplan met een 24-urenstaking in januari, een 48-urenstaking in april en een 72-urenstaking in juni. Dat is een goed voorstel als het aan de basis democratisch kan worden uitgewerkt met het oog op een langdurige mobilisatie- en informatiecampagne op de werkvloer. Dat moet toelaten om het breder gedragen ongenoegen om te zetten in een grootschalig actief verzet.
In ons verzet tegen de besparingen moeten we ook bouwen aan een politiek alternatief. We mogen de ‘oppositie’ niet overlaten aan partijen zoals N-VA die enkel nog meer besparingen eisen. De vakbondsleiding moet alle banden met de besparingspartijen in de komende regering verbreken. Er zal nood zijn aan ons eigen politiek verlengstuk. Net zoals we op de werkvloer onze vertegenwoordigers aanduiden die zonder privileges daarvoor te krijgen onze belangen verdedigen, hebben we dit ook op politiek vlak nodig. Dat is waarom LSP pleit voor een brede, open en democratische politieke formatie die iedereen verenigt die zich verzet tegen de neoliberale politiek. Rood!, de politieke beweging rond Erik De Bruyn, kan daar een erg nuttige en belangrijke aanzet tot geven. Vandaar dat LSP aan dit initiatief meewerkt. Tegelijk kaderen we het verzet tegen de besparingen aan een socialistisch alternatief op het kapitalisme, het huidige besparingsbeleid vloeit immers voort uit de logica van dit kapitalistische systeem.
Lees ook:
- Europese Commissie stelt haar neoliberale recepten voor (9 juni)
- Eenheid onder de onderhandelaars over wie moet betalen – verdeeldheid over hoe ons dat op te leggen (4 juli)
- Nota Di Rupo: ‘compromis’ van meer neoliberale besparingen (5 juli)
- De Wever wil meer en hardere besparingen (8 juli)
- We weten dat men ons bedriegt. Ordewoorden en een actieplan! (9 november)
- Het moeizame parkoers naar de regering-Di Rupo I (22 november)